de telegraaf, 11 februari 2013
Feest met Balanchine
*****
Het Nationale Ballet viert feest met Balanchine, niet alleen in het Amsterdamse Muziektheater maar ook op tournee door het hele land. Drie van zijn beste werken prijken op het programma. Daarin toont de dertig jaar geleden overleden choreograaf zijn enorme veelzijdigheid en inventiviteit.
In Serenade (1934) gaan sculpturale poses en een romantische expressie samen met een helder lijnenspel op de muziek van Tsjaikovski. De uitvoering is als een droom, zelfs in het hoogste tempo licht en exact. Larissa Lezhnina en Matthew Golding geven de wals een gouden randje, Maia Makhateli verrast als de Russische vrouw en de ensembles zijn een wonder van homogeniteit.
In Agon (wedstrijd, 1957) toont Balanchine zich nog meer de grootste vernieuwer van de neoklassieke stijl. Zoals Stravinsky laat horen dat er zelfs in een serieel getinte compositie muziek kan zitten, zo combineert de choreografie ingenieuze constructies met een overrompelend plezier in de dans. Vol lef en branie gaan de twaalf dansers de strijd aan.
De uitbundigste reacties ontketent als vanouds Symphony in C (1947), een meeslepend ballet waarin ook de componist Bizet lijkt mee te dansen. Er zijn glansrollen voor Anna Tsygankova, Jurgita Dronina en Igone de Jongh (prachtig lyrisch in het Adagio), terwijl onder hun sterke partners Remi Wörtmeyer zich onderscheidt met veerkrachtige zweefsprongen.
Als aan het slot alle vijftig dansers onder de kristallen kroonluchters het toneel vullen in het moordende tempo van de finale, explodeert het Muziektheater zowat van enthousiasme. Een mooiere hommage aan ‘Mr. B.’ is amper voorstelbaar.
(Eddie Vetter)
> terug
noordhollands dagblad, 9 februari 2013
Balanchine blijft verfrissend
Een choreografie van ruim zeventig jaar oud kan nog altijd verfrissend zijn. Dat bewijst Het Nationale Ballet met de uitvoering van Serenade van George Balanchine. Serenade is het oudste werk dat het gezelschap heeft opgenomen in zijn hommage aan een van de grootste dansvernieuwers van de twintigste eeuw: Mr. B.
Balanchine is van een meesterlijk niveau waar het gaat om de schoonheid van dans. Hij toont de puurheid van de beweging, maar niet zonder de dansers hierin een uitdaging mee te geven. Technisch zijn de balletten van deze choreograaf allerminst eenvoudig.
Serenade maakte Balanchine in 1934 voor studenten van de door hem opgerichte School of American Ballet. Het is geen verhalend ballet, maar wie zich laat meevoeren door het lijnenspel zal ongetwijfeld door emoties worden geraakt. Serenade drukt gevoel uit en dat is zeker zichtbaar bij Maia Makhateli, die met haar sprankelende en oprecht enthousiaste voorkomen gelukzalig maakt. De slotscène waarin Larissa Lezhnina verheven boven alles en iedereen wordt weggevoerd is een hemels beeld dat nog lang op het netvlies achterblijft.
Van heel andere orde - Mr. B. maakte gedurende zijn leven meer dan 400 balletten – is Agon uit 1957, waarvoor Stravinsky de muziek componeerde. De zwierende tule rond de danserslichamen in Serenade is hier ingeruild voor een academische aankleding. Dit maakt dat niets onttrokken wordt aan het oog en de fysieke kracht van de dansers wordt blootgelegd.
Agon kent als choreografie een traditionele opbouw, die begint met een ensemble waarna twee trio’s en een pas de deux volgen en de groep het ballet vervolgens naar een einde brengt. Het is als ballet bondig en abstract, maar tegelijkertijd ook intens en sensationeel. En bovenal tijdloos. Remi Wörtmeyer springt in het trio met Megan Zimny Gray en Nadia Yanowsky het meest in het oog met zijn dynamische en opgewekte manier van bewegen. Daar tegenover staat een ontroerend uitgevoerd duet door Jozef Varga en Igone de Jongh, die adembenemend is met haar lange hoog opgeworpen benen.
Het Nationale Ballet besluit zijn ode aan Balanchine met zijn Symphony in C uit 1947 op het gelijknamige muziekstuk van Bizet. Dit ballet, dat hij cadeau deed aan het Ballet de l’Opera de Paris, heette oorspronkelijk Le Palais de Cristal en dat is ook wat het is. Dit ballet straalt een levenslust uit die tot vrolijkheid stemt en naar lente doet verlangen. Zowel Anna Tsygankova als Jurgita Dronina blinken uit met hun lichtvoetige spitzenwerk en geven het ballet samen met het ensemble een feestelijke bekroning. Dat het werk van Balanchine, ook dertig jaar na zijn dood, nog altijd springlevend is, mag duidelijk zijn. Dat is in grote mate te danken aan de genialiteit van de choreograaf, maar ook aan de verfrissende uitvoering door Het Nationale Ballet. (Nanska van de Laar)
> terug
theaterkrant.nl, 11 februari 2013
Het Nationale Ballet heeft goud in handen
****
Loepzuiver tekenen lijnen en cirkels zich af op het toneel, de dansers laten ze gecontroleerd in elkaar overvloeien. Temidden van die heldere patronen gaat choreograaf George Balanchine als een beeldhouwer te werk, in de duetten of trio’s wordt vaak naar een sculpturale vorm toegewerkt. Het is een sterk geordende wereld waarin de dans motieven in de muziek optilt, tonen en ritme laat zweven of opspringen.
Met het programma Best of Balanchine brengt Het Nationale Ballet drie choreografieën van Balanchine. Ze staan al minstens vier decennia op het repertoire en voor deze gelegenheid studeerde Patricia Neary, voormalig soliste van het New York City Ballet, Serenade (1934), Agon (1957) en Symphony in C (1947) in met de dansers.
Serenade werd door Balanchine voor leerlingen van de School of American Ballet gemaakt op muziek van Tsjaikovski. Opmerkelijk genoeg heeft het toeval een stem in het ontstaan gehad, hoe weinig de choreografie dat ook verraadt want alles oogt extreem doordacht. In de dagelijkse praktijk was de choreograaf namelijk afhankelijk van het aantal leerlingen dat naar zijn les kwam, de ene dag een grote groep, de volgende slechts een paar leerlingen. Ook persoonlijke beslommeringen vonden zo hun weg naar het podium en de onderlinge relaties in de dans wekken soms de suggestie van emotionele verwikkelingen.
In het daarop volgende Agon op een nieuwe, complexe compositie van Stravinski heeft Balanchine verschillende dansstijlen geÏncorporeerd. Elementen uit de jazz, Russische volksdansen en Franse hofdansen geven de academische ballettechniek meer schwung, al is alles tot op de millimeter onder controle. Indrukwekkend is het duet van Igone de Jongh en Jozef Varga dat een verrassende variëteit aan bewegingsconstructies laat zien, elke verandering heeft tot een nieuwe vinding van de meester geleid. Eenvoudig en elegant zijn de zwarte balletpakjes van de danseressen met een dun riempje om de taille en hun haar opgestoken in een Grace Kelly-rol.
Het sluitstuk van de avond, Symphony in C op de gelijknamige compositie van Bizet, is dan weer veel klassieker van opzet. Maar het zijn niet alleen de vier kroonluchters en de met edelstenen bestikte balletpakjes en tutu’s van de vrouwen die de toon zetten. Zowel qua esthetiek als vocabulaire put Balanchine hier voor zijn bewegingen uit de Frans-Russische ballettechniek. Symphony in C is in dat opzicht minder experimenteel dan Agon, al roept het zwierige karakter van het stuk associaties op met de wals, de dansers cirkelen naar hartenlust. Het hoogtepunt is de finale, waarin het toneel steeds verder wordt gevuld met een feestelijke massa van tientallen dansers.
In het programma Best of Balanchine dwingen de dansers bewondering af, al gaat de uitvoering tijdens de première nog niet helemaal vlekkeloos. Maar Het Nationale Ballet heeft met dit repertoire goud in handen, het biedt een flinke uitdaging voor de dansers en wekt grote bewondering bij het publiek. (Marcelle Schots)
> terug
het parool, 11 februari 2013
****
Klassiek ballet met een twist
Ode aan balletvernieuwer en choreograaf Balanchine.
Een seizoen bij Het Nationale Ballet is niet compleet zonder een avond Balanchine, dé choreograaf van de twintigste eeuw, die de klassieke balletmethode zowel omarmde als van binnenuit vernuftig vernieuwde. Het Nationale Ballet danst drie klassiekers, voor het eerst begeleid door het orkest van Het Nationale Ballet, ontstaan uit Holland Symfonia. Een ander unicum: alle eerste solisten passeren de revue, ook Remi Wörtmeyer - sinds januari gepromoveerd - en Jurgita Dronina, afgelopen najaar bevallen van een zoon.
Openingsdans Serenade (1934) maakte Balanchine voor de leerlingen van zijn School of American Ballet, en het is te zien: Serenade is een stoomcursus klassiek ballet. Alles zit erin. Alle mogelijke balletposes passeren de revue. De eerste solisten met hun entourages zijn voorproefjes voor de zwanenprinses en haar gevolg in Het Zwanenmeer, of Myrtha en haar wili's in Giselle. De eerste rendez-vous tussen ballerina (Larissa Lezhnina) en ballerino (Matthew Golding) had, evenals de muziek van Tsjaikovski, zo uit een sprookjesballet kunnen komen. Hoe anders is Agon (1957), op muziek die Stravinsky speciaal voor Balanchine componeerd. Agon kreeg de bijnaam IBM-ballet (naar de computer) vanwege de abstracte en haast mathematische complexiteit, maar die benaming doet het stuk geen recht.
De lichtblauwe tule en glimmende oorbellen zijn vervangen door simpele zwarte pakjes. De vrouwen dragen knalrode lipstick, de mannen witte sportsokken. Dit is klassiek ballet met een twist: los, uitbundig, humoristisch en volkomen voorspelbaar. Hans van Manen noemt Balanchine een lichtend voorbeeld, Agon was ongetwijfeld een grote inspiratiebron.
Was Serenade een spoedcursus ballet, Symphony in C (1947) - op muziek van Bizet - is een ode aan de Frans-Russische school, elegant en zwierig, sierlijk en soepel. Het corps de ballet vormt in wit gesteven tutu's de omlijsting van de centrale paren, de ene keer levenslustig en lichtvoetig (Anna Tsygankova en Jozef Varga, Remi Wörtmeyer en Maia Makhateli) dan weer sereen en gracieus (Igone de Jongh en Casey Herd).
Symphony eindigt in een crescendo: een onuitputtelijke stroom van dansers, totdat iedereen (meer dan vijftig man) op het toneel staat en danst alsof er geen morgen is.
Best of Balanchine is als een diner bij een driesterrenchef. Een favoriet aanwijzen is onmogelijk - maar dat moet je ook niet willen. (Bregtje Schudel)
> terug
on stage, 13 februari 2013
Visueel feest
****
De van oorsprong Russische George Balanchine (1904-1983) wordt door velen gezien als de meest invloedrijke choreograaf van de 20ste eeuw. Hij maakte meer dan 400 balletten, ook voor Hollywood-films en Broadway-musicals, waarvan het Nationale Ballet er 3 heeft opgenomen in hun oogstrelende Best of Balanchine. De plotloze balletten laten de grote variëteit van Balanchine in al hun glorie zien.
Hoogtepunt van het programma is Agon (1957) op muziek van Igor Stravinski (waarmee Balanchine aan 26 balletten werkte). De interesse van de componist in twaalftoonstechnieken inspireerde 'Mr. B' tot grote hoogtes en zijn creatie komt zeer hedendaags over. Agon begint met een bijzonder atletische opening en wordt krachtig gedanst door een mannelijk kwartet. Dit wordt al gauw afgewisseld met een aantal solo's, trio's en duetten, de een nog indrukwekkemder dan de ander.
Remi Wörtmeyer (debuut als eerste solist) heeft een dynamische solo, waarmee hij het publiek in korte tijd op de hand heeft. Hij heeft ook een glimlach van hier tot Tokyo, die zeer aanstekelijk werkt. Wörtmeyer heeft duidelijk de tijd van zijn leven op het podium. Verder maakt ook Anna Tsygankova grote indruk met haar spitzenwerk en als Jozef Varga en Igone de Jongh dansen kan je een speld in de zaal horen vallen. De laatste twee zijn een mooi stel, die eerder in het werk van Hans van Manen al uitblonken. Vooral de Jongh getuigt hier van grote souplesse en bijzondere techniek. Ze weet zich, steunend op een spitz, op ontzagwekkende wijze om Varga's lichaam te manouvreren. 'Agon' betekent wedstrijd in het Grieks en de sublieme dansers lijken elkaar inderdaad van dans tot dans te proberen te overtroeven. Het is een visueel feest en bijzonder spannend om deze uitmuntende dansers op het top van hun kunnen te zien dansen.
Terwijl Agon het temperament van een metropool heeft, voelt het openingsballet Serenade vooral pastoraal aan. Hier laat Balanchine zijn grote talent voor muzikaliteit op voortreffelijke wijze zien. Melancholie en plezier worden op schitterende wijze afgewisseld en de legendarische patronen van ballerina's in wit worden volop tentoongesteld. Ook hier laat Balanchine grote variatie aan spitzenwek zien, er wordt op een bepaald moment zelfs erop gerend. De bewegende rokken dragen verder esthetisch bij aan de lyrische bewegingen op Tsjaikovski's meesterlijke muziek.
Het slotballet, Symphony in C (1947), is een sprookjesachtig slot en een ode aan de grootse Russische ballettraditie. Wat hier vooral indruk maakt is de massale finale, waarin het podium geleidelijk aan gevuld wordt met 50 uitzonderlijke dansers die geheel synchroon bewegen. Het is een adembenemend moment en een oogstrelend eind van een bijzondere avond.
Balanchine mag dan 30 jaar dood zijn, maar zijn werk lijkt springlevend en wordt op sublieme wijze uitgevoerd door het Nationale Ballet. Er waren tijdens de première een paar ongelukkige uitglijders (letterlijk), maar dat is ook het spannende van live theater. De muziek van Bizet, Stravinski en Tsjaikovski wordt magistraal uitgevoerd door het orkest van het Nationale Ballet o.l.v. Andrea Quinn en draagt absoluut bij aan de mooie voorstelling. In Best of Balanchine is er voor kenners genoeg nieuws te ontdekken en voor Balanchine-maagden is het een prachtige introductie van Mr. B's grote variëteit, vakkundigheid en muzikaliteit. (Brian Lo Sin Sjoe)
> terug
