de telegraaf

Ballet in Spaanse sferen
(4 sterren)

Het Nationale Ballet heeft na negen jaar Paquita weer op het repertoire genomen. Net als de Russische tsaar in 1881 mogen de toeschouwers genieten van een kostbaar balletjuweel, nu in een nieuwe productie van Rachel Beaujean. De dansers kunnen volop hun virtuositeit tonen in het prachtige lijnenspel.

De meeste solisten voldoen met een glimlach aan de griezelig hoge eisen die deze ’grand pas classique’ van Petipa stelt. Een paar springen eruit. Zo lijkt Remi Wörtmeyer werkelijk te zweven in de pas de trois. Matthew Golding verovert het toneel met verbluffende sprongen en draaien. Zijn partner Anna Tsygankova schittert als een diamant. Het Nationale Ballet op zijn best.

Gloednieuw is Bolero van Krzysztof Pastor, de zoveelste choreografie op Ravels beroemde balletmuziek. Terwijl het achterdoek geleidelijk rood kleurt, maakt zich een paar los uit de groep van dertig dansers. De intensiteit neemt toe op de doldraaiende klanken, maar vergeleken daarmee doet de soepele dans wat vlak en kleurloos aan. Toch sorteert het wel effect getuige de enthousiaste ontvangst in het Muziektheater.

Dit Spaans getinte programma bevat verder een reprise van Carmen van Ted Brandsen, opnieuw met Igone de Jongh in de titelrol. De hele voorstelling wordt vrijwel vlekkeloos gedanst en met gevoel voor sfeer begeleid door Holland Symfonia onder leiding van Ermanno Florio.
(Eddie Vetter, maandag 22 oktober 2012)

Trouw

Terecht blakend van zelfvertrouwen
(3 sterren)

Een beetje zuidelijk temperament kan nooit kwaad in de aanloop naar de vijftig tinten grijs van onze Hollandse herfst. Dus is het heerlijk warm aanschurken tegen de ietwat kitscherige, maar niet te versmaden Carmen, van artistiek leider Ted Brandsen, sinds 2003 een terugkerende publiekslieveling op het repertoire van Het Nationale Ballet.

Maar in meer opzichten getuigt het door het ballet als 'Spaans getint' omschreven programma van een goede timing. Het Amsterdamse gezelschap verkeert in topconditie en zet het eigen kunnen nu blakend van zelfvertrouwen in de etalage. En dan is het als een kind voor de snoepwinkel watertanden bij de technisch zeer veeleisende variaties uit Paquita, opgefrist door het hoofd artistieke staf Rachel Beaujean. Ze tekende eerder voor een mooie, bijdetijdse Giselle en voor Paquita richt ze zich op de puur dansante divertissementen die dansmeester Marius Petipa in 1881 toevoegde aan het origineel. In Beaujeans handen is Paquita een elegant tot leven gewekte balletencyclopedie geworden, want de academische hoogstandjes komen de een na de ander in alle luister voorbij. Een perfect vehikel voor prima ballerina Anna Tsygankova. Een ook haar love interest Matthew Golding kan met verbluffende sprongenreeksen bewijzen dat hij momenteel de beste danser van Nederland is, onlangs terecht onderscheiden met de Zwaan voor indrukwekkendste dansprestatie. Zo is Paquita een fraai vormgegeven en excellent ingerichte pronkkamer, maar de focus op virtuositeit, balletschwung en spitzenvernuft doet ook verlangen naar een diepgravender, en vooral dynamischer, opvatting van dit ballet.

Ook Krzysztof Pastors wereldpremière Bolero bevat geen radicale artistieke visie, maar het ballet op Ravels iconische muziek (mooi uitgevoerd door Holland Symfonia) klopt wat betreft dynamiek wél als een bus. Bolero is vernuftig geconstrueerd met verschillende ensembledansen rond een centraal duet die als eb en vloed komen en gaan, waardoor de emoties van de twee protagonisten steeds in een ander kader komen te staan. In tegenstelling tot wat je zou verwachten bij deze muziek is er in Pastors Bolero geen sprake van een aanzwellend tableau dat analoog aan de muziek accelereert. Er zijn juist rustpunten, waardoor het 'grote' weer 'klein' mag worden en er ruimte komt voor iets nieuws; de machinale en onontkoombare Bolero krijgt daardoor iets heel menselijks. En dat is wat Pastor tot zo'n goede choreograaf maakt: zijn abstracte, licht expressionistische danstaal heeft een kloppend hart.
(Sander Hiskemuller, 22 oktober 2012)

het parool

Spaanse dansen qua sfeer zeer verschillend
(3 sterren)

Carmen, Paquita, Bolero. Drie volledig verschillende choreografieën, bij elkaar gezet vanwege een gedeeld gevoel van een ‘gedroomd Spanje’, aldus artistiek leider van Het Nationale Ballet, Ted Brandsen. Van het netjes afgestreken, bijna tuttige Paquita tot het zinnelijke Bolero, en tot slot een Westside story-achtige Carmen. Van eenheid was weinig te merken gisteravond in het Muziektheater.

Het waren de kleurrijke corsetten die het uitgangspunt vormden voor het eerste deel Paquita. Hoofd van de artistieke staf van Het Nationale Ballet, Rachel Beaujean, zag de mooie kledingstukken in het kostuumatelier liggen en het idee voor een bewerking van Paquita (van Marius Petipa, uit 1881) was geboren. Van oorsprong een langdradig liefdesverhaal, geldt Paquita als bijzondere uitdaging voor dansgezelschappen door de vele draaien, sprongen en het hoge tempo.

Het zijn inderdaad prachtige kostuums: de felgekleurde corsetten aan witte tutu’s maken van de danseressen vlinders. Ook kunnen solisten dankzij de vele solo’s in de choreografie één voor één schitteren. Technisch uitstekend, springend en draaiend scheren de danseressen en dansers over het podium. Vooral danser Remi Wörtmeyer maakt indruk. Zijn krachtige sprongen laten hem zeker een meter boven de grond zweven, een sprinkhaan met vleugels tussen de vlinders. De ensemblestukken zijn helaas wat minder strak, waarbij de ballerina’s uit het corps de ballet een beetje uit de pas dansen.

Veel zinnelijker en verleidelijker is het tweede deel, Bolero, de wereldpremière van een choreografie van huischoreograaf Krzysztof Pastor. Op het machinale en dwingende ritme van Maurice Ravels Bolero dansen dertig mannen en vrouwen in minnimalistische strakke pakken. Voor een groot rechthoekig doek dat van kleur verschiet, bewegen de dansers organisch en sensueel. De rode en koperen pakken en de vloeiende vormen doen denken aan een dans van rode bloedlichaampjes. Slechts zestien  minuten duurt Bolero, waarbij de muziek aanzwelt en twee solisten zich uit de groep losmaken. Hun lijven lijken vloeibaar te zijn, ze betoveren de zaal moeiteloos. Een groter contrast met het eerste deel Paquita is bijna ondenkbaar.

Het slot van dit wonderlijke trio choreografieën is de herneming van Ted Brandsens Carmen, dat hij in 1999 voor het West Australian Ballet maakte. De beroemde opera is al vaker voor het ballet bewerkt, waarbij het altijd lastig is de passie die Carmen zou moeten oproepen in klassieke balletbewegingen om te zetten. Stersoliste Igone de Jongh danst deze avond Carmen (andere avonden doet afzwaaiend soliste Maris Lopez dat), uiteraard in een flamboyante rode jurk. Maar waar De Jongh technisch perfect danst, ontbreekt het Spaanse temperament dat Carmen onweerstaanbaar zou moeten maken. Met kleurrijke, springerige dansers om haar heen, is deze Carmen meer een meisjesachtige Maria uit West Side story dan de femme fatale van Georges Bizet.
(Lorianne van Gelder, 19 oktober 2012)

nrc handelsblad

Dans zonder spanning op Boléro
(3 sterren)

Het klinkt aantrekkelijk: een nieuw ballet op Maurice Ravels Boléro. Die stuwende muziek, de onweerstaanbare opbouw, de associatie – met dank aan Maurice Béjart – met een oosters, orgastisch ritueel: daar moet iets prachtigs uitkomen. Maar dat doet het zelden. Bij Het Nationale Ballet kreeg huischoreograaf Krzysztof Pastor de opdracht een nieuwe poging te wagen en moedig heeft hij zich van zijn taak gekweten. Beeldend is zijn choreografie in het decor- en kostuumontwerp van Tatyana van Walsum van een minimalistische poëzie. Het rechthoekige vlak dat in zestien minuten van warmgeel naar vuurrood verschiet vormt de achtergrond voor een lang duet, dat wordt gecontrasteerd met een groepschoreografie voor veertien mannen en veertien vrouwen.De danstaal is, als altijd bij Pastor, sierlijk en sensueel, vaak synchroon en steeds helder. Maar op een enkele verrassing na wil het maar niet spannend worden, hoe hardnekkig Ravels crescendo ook de weg wijst.

Wel spannend, want genadeloos als graadmeter voor stijl en techniek, is het divertissement Paquita (1881) van de Frans-Russische Marius Petipa, in een nieuwe vormgeving van François-Noël Cherpin. Zonder moeite is aan te wijzen wie van de dansers het klassieke ‘gen’ heeft en wie niet, een achterstand die in een paar weken repeteren niet is weg te werken. Anna Tsygankova en Matthew Golding stralen in vlekkeloze duetten en virtuoze soli, Remi Wörtmeyer excelleert met zijn verfijnde techniek in de pas de trois en dat Sasha Mukhamedov en Maia Makhateli uit een Russische balletdynastie stammen, verloochent zich niet. Zij tonen de aristocratische oorsprong van de ballettechniek. Daarmee is Paquita superieur als opening van dit ‘Iberische’ programma.
(Francine van der Wiel, 22 oktober 2012)

de volkskrant

Spaanse danscombinatie gaat erin als zoete koek
(3 sterren)

Je ziet dat een goede balletdanser een krachtig topsporter en verfijnd kunstenaar ineen is.

 Het is een combinatie die erin glijdt als zoete koek, het Spaans geïnspireerde programma Carmen, Paquita, Bolero door Het Nationale Ballet. Uiterst virtuoos en uiterst meeneuriebaar (met dank vooral aan Bizet, bewerkt door Rodion Shchedrin). Het ensemble draait als een goed geoliede machine, en dat is fijn om te zien. Het Spaanse zit ‘m vooral in het uitgesproken, fiere en dramatische karakter van de diverse personages.

Het snelle, musicalachtige Carmen (1999) van artistiek leider Ted Brandsen - het enige repriseballet – spelt zich niet, zoals het verhaal wil, af in Sevilla en Carmen is geen rokende femme fatale uit de sigarenfabriek aldaar. Carmen is eerste soliste Igone de Jongh, een ranke, klassieke verschijning, die helder en met een zekere afstandelijkheid een ongenaakbare vrouw neerzet. Haar vertolking is gegroeid; dat ze haar onafhankelijkheid belangrijker vindt dat een symbiotische relatie, ook al voelt ze zich verbonden met de dolverliefde José (Jozef Varga), is geloofwaardiger geworden.

Huischoreograaf Krzystof Pastor heeft Ravels onsterfelijke Bolero (de bolero is oorspronkelijk een Spaanse dans) onder handen genomen. Hij heeft een compositorisch mooie vertaling bedacht: waar de muziek eerst een enkele fluit is en dan geleidelijk aanzwelt tot een compleet orkest, zet hij meteen dertig dansers op de vloer. Uit deze massa duiken een man en een vrouw op, hun bodysuits zijn, in tegenstelling tot die van de anderen, niet bruin maar bordeauxrood. Hun relatie, een welles/nietes-spelletje, staat centraal. Nu en dan verschijnen andere dansers -  een enkeling, hele rijen – en vormen als het ware een schaduw of een echo van het paar.
Dat paar wordt vol overgave gedanst door Sasha Mukhamedov en James Stout. Wat het geheel minder sprankelend maakt, is het dansvocabulaire. Dat is, net als de aankleding, vrij ouderwets. Met vloeiende, gymnastische bewegingen en Hans van Manen-citaten – armen afwerend opzij, handen koket op heupen, als trotse struisvogel van elkaar weglopen – maar dan net iets te ver doorgestrekt en balletesk, zonder autoriteit.

Hoe krachtig en veelzeggend klassiek ballet kan zijn, bewijst Paquita. Aan het oorspronkelijke liefdesverhaal over een zigeunermeisje en een officier van het Spaanse hof, voegde Marius Petipa in 1881 een zogenaamd divertissement toe: pure dans om de technische brille van de dansers te etaleren. Dat deel heeft  Rachel Beaujean, balletmeester bij het Nationale Ballet, opgepoetst.

In een nieuwe aankleding van Francois-Noel Cherpin – met een blik op het Alhambra en weelderige, kleurrijke tutu’s -  laat de cast, op een enkele uitzondering na, zien dat een goede balletdanser krachtig topsporter en verfijnd kustenaar ineen is. Paquita is een wervelende, maar ook beheerste en stijlvolle showcase van sprongen en draaien. Het fabuleuze solistenpaar Anna Tsygankova en Matthew Golding weet hun superioriteit bovendien menselijk te houden.
(Mirjam van der Linden, 22 oktober 2012)

theaterkrant.nl

Temperament blijkt universeel
(4 sterren)

Carmen, Paquita, Bolero is het nieuwe avondvullende programma van Het Nationale Ballet dat gisterenavond zijn première beleefde in het Muziektheater in Amsterdam.
De drie op zichzelf staande stukken zijn gecombineerd vanwege de Spaanse elementen die elk stuk bevat. Behalve spectaculair en technisch perfect ballet biedt dit ook een interessant zicht op hoe klassieke stukken vertaald kunnen worden naar het hier en nu.

Voor Paquita, waarmee de avond opent, heeft productieleider Rachel Beaujean de bestaande choreografie van Marius Petipa aangehouden. Haar interpretatie biedt ruim een half uur aan virtuoos ballet, uitgevoerd in rijkelijk versierde kostuums. Zowel vooraanstaande solisten als leerlingen van de Nationale Balletacademie krijgen de kans hun virtuositeit te tonen. De developés in het duet van Matthew Golding en Anna Tsygankova doen de adem inhouden. Maar hoe knap ook, erg veel emotie of theatrale zeggingskracht bevat Paquita niet.

Bolero daarentegen is een dappere en compleet nieuwe choreografie op de bekende compositie van Ravel. In catsuits en zonder spitzen vormen de achtentwintig dansers – veertien vrouwen, veertien mannen – een geheel dat wonderlijk genoeg zowel sensueel als mechanisch overkomt met veel achterom krullende bovenruggen en handen, maar ook strak scharnierende ledematen. Het Spaanse element is in geen velden of wegen te bekennen, maar dat maakt de choreografie van Krzysztof Pastor er niet minder hypnotisch om.

Carmen ten slotte, gedanst op Shchedrins interpretatie van Bizets origineel, is het duidelijke hoogtepunt van de avond. Choreograaf Ted Brandsen heeft het klassieke verhaal van de fatale vrouw die ten onder gaat aan haar eigen losbandigheid, een hedendaagse lezing gegeven. Vertolkt door stersoliste Igone de Jongh is Carmen niet de gewetenloze verleidster, maar een zelfstandige vrouw wier geliefde José het onderspit delft doordat hij zich te onafhankelijk opstelt. Eigenlijk heeft deze vertelling van een ongelijkwaardige relatie de toch enigszins in ere gehouden originele setting met Spaanse jurken en soldatenuniformen, niet meer nodig.

Het randje zuidelijk temperament zal zeker publiek trekken, maar het is juist de hedendaagse eigenheid van vooral Bolero en Carmen die dit prachtige programma hun kracht geven.
(Boukje Cnossen, 19 oktober 2012)

Opties

  • delen