het parool, 14 december 2012
Assepoester is geen hulpeloos meisje en de prins niet zomaar een hunk
****
De koets is de beste vondst. In een werveling van opbollende stof, paardenmaskers, wielen en dansers ontstaat uit het niets een geloofwaardige pompoenkoets waarmee Assepoester naar het bal rijdt. Het is het slot van de eerste akte en de zaal barst uit in een gejuich en gejoel die deze wereldpremière van Cinderella meer het gevoel van een popconcert dan van een klassiek ballet geeft.
Cinderella is in het nieuw. Het ballet, op muziek van Sergej Prokofjev en gebaseerd op het sprookje Assepoester, werd jaren in de versie van de Brit Sir Frederick Ashton gedanst, maar is nu radicaal opgepoetst door choreograaf Christopher Wheeldon.
Wheeldon heeft er een gedurfde modernere versie van gemaakt, met hier en daar kromme benen en ongestrekte voeten om het 'lelijke' dansen van de stiefzusjes te laten zien. Ook vallen de breakdance-achtige bewegingen op van beschermengelen die eruitzien als samoerai. Af en toe schiet de choreografie door in te kolderiek acteren. 'Dans nou maar gewoon!', wil je dan roepen.
Het klassieke sprookje van het verwaarloosde meisje en haar gemene stieffamilie is bij Wheeldon geen Disney, maar een terugkeer naar de versie van de gebroeders Grimm. Ook is Assepoester (gedanst door Anna Tsygankova) niet het hulpeloze meisje dat door de stiefmoeder en zussen wordt rondgecommandeerd. Ze is een eigenzinnige vrouw die recalcitrant een bos bloemen voor het graf van haar moeder op de grond gooit.
Ook de prins is niet zomaar een hunk die springt. Hij is dwars en speels. Matthew Golding, de Brad Pitt van Het Nationale Ballet, danst deze brutale Prins Guillaume met een uitzinnig plezier. Zijn sprongen lijken hoger, zijn gezicht jovialer. Zou het helpen dat zijn tegenspeelster Anna Tsygankova ook zijn geliefde is?
Maar het mooist is het decor. Een metershoge boom komt tot leven door videobeelden, een sterrenhemel fonkelt boven de dansers, de maskers zijn geestig grotesk, tientallen kroonluchters lichten de balzaal op. Het is dankzij decorontwerper Julian Crouch, die nooit eerder voor een ballet werkte maar naam maakte in de film- en musicalwereld, dat deze Cinderella zijn voorgangers afschudt. (Lorianne van Gelder)
> terug
theaterkrant.nl, 14 december 2012
Wheeldons Cinderella een grote aanwinst
****
Fluwelen handschoentjes zijn er tijdens de nieuwe bewerking van het balletsprookje Assepoester niet aan te pas gekomen in de coproductie van Het Nationale Ballet en het San Francisco Ballet. De vrijheid waarmee de enscenering van hun Cinderella door choreograaf Christopher Wheeldon en zijn team wordt gebracht, is zowel kleurrijk en kluchtig als bij vlagen adembenemend.
Het ballet in drie aktes kent een duidelijke verhalende structuur, is gemakkelijk te volgen, maar wordt nergens voorspelbaar. Van het dramatische verlies van haar moeder als jong meisje en de vernederingen die Cinderella in de nieuwe gezinssamenstelling moet ondergaan tot de liefde die tussen haar en de prins opbloeit, de makers weten telkens de juiste toon te treffen in de overrompelende mise-en-scène.
Het licht dat Cinderella (Anna Tsygankova) beschijnt, terwijl zij dansend op de grote keukentafel haar familie bedient, is hemels. En aan het einde van de eerste acte, waar ronddraaiende parasols van boombladeren in koetswielen veranderen en Assepoester zich naar het bal spoedt, voortgetrokken op deze wagen door vier paarden, krijgt zij mythische proporties. Dat prins Guillaume (Matthew Golding) zijn hart verliest aan de lieflijke en vederlichte Assepoester is geen wonder, tegenover de boze stiefzussen en de bonte parade van buitenlandse prinsessen die de prins tijdens het bal voor zich proberen te winnen.
De hoge hoeden en jurken met strakke lijfjes en wijde rokken, de lijnen van het decor doen bij aanvang Dickensiaans aan, maar in tegenstelling tot die vaak grijze en grimmige wereld is het universum van kostuum- en decorontwerper Julian Crouch sterk ingekleurd. Datzelfde geldt voor de karakters, die op momenten zelfs karikaturaal zijn. Zo spelen de gemene streken van stiefmoeder Hortensia (Larissa Lehznina) en haar dochters Edwina en Clementine (Megan Zimny Gray en Nadia Yanowsky) zich niet af in het geniep en is Assepoester (Anna Tsygankova) niet het enige slachtoffer. Door de onderlinge competitie van de zussen in hun bespottelijke behaagzucht zetten ze zichzelf regelmatig op hilarische wijze voor schut, net als de met veel overtuiging gebrachte dronken stiefmoeder.
In de invulling van deze karakters floreren de sterdansers van Het Nationale Ballet. Anna Tsygankova en Matthew Golding vormen een droomkoppel, ook de overige rollen worden met verve gedanst. Daarbij is de choreografie van Christopher Wheeldon in de solo’s en duetten van dit paar indrukwekkend door de draaien, sprongen en duizelingwekkende lifts, terwijl de grote groepsstukken een grote variatie en vrijheid in beweging laten zien. Zonder de dramatische lading te verliezen, appelleert dit balletsprookje aan de magie van een Alice in Wonderland en de allure van een mode-ontwerpster als Vivianne Westwood. Met deze Cinderella heeft Het Nationale Ballet zowel een sterk visueel spektakel als een frisse losheid in huis gehaald, een grote aanwinst op alle terreinen. (Marcelle Schots)
> terug
de volkskrant, 15 december 2012
Wheeldon maakt ballet tot een filmisch schouwspel
***
Op de grafsteen van Assepoesters moeder staat de naam Amélie Poulain - een grapje van decorontwerper Julian Crouch, als verwijzing naar het fantasierijke serveerstertje in de beroemde romantische filmkomedie. Het titelpersonage Assepoester (Cinderella in de groots opgezette kerstproductie van Het Nationale Ballet) treedt dus in de voetsporen van van een gleuk verspreidende bediende die zich met veel verbeeldingkracht schikt naar het lot.
Leuk zo’n geintje, alleen: niemand ziet het in Het Muziekthetaer in Amsterdam. Zo zijn er meer filmische details die de rijke verbeeldingskracht van deze nieuwe productie onderstrepen maar nietig ogen in een grote zaal als Het Muziektheater. Daar ging donderdagavond de avondvullende balletvoorstelling Cinderella van Het Nationale Ballet in wereldpremière, een coproductie met het San Francisco Ballet, als opvolger van de jarenlang gedanste, 65 jaar oude versie van Sir Frederik Ashton (1948).
Kosten noch moeite zijn gespaard voor een betoverende ervaring vol magisch groeiende bomen, bosgeesten, vogelvrouwen, seizoenswisselingen en bekoorlijke optochten van hovelingen uit alle windstreken. Cinematografische locaties zoals paleisgangen, woonkeukens en parktuinen wisselen elkaar razendsnel af, met elkaar achtervolgende personages, alsof een 3D-prentenboek zich openvouwt en figuren over pagina’s springen.
Hiervoor wordt echter ook een prijs betaald: dit filmische schouwspel in een nieuwe choreografie van de Brit Christopher Wheeldon mist klassieke grandeur en lijkt, stijlvol eigentijds, opgezet als televisieballet. De hoofdpersonen helpen via balletmotoriek en gezichtsexpressie het verhaal vooruit maar krijgen weinig ‘open doek momenten’ waarin ze mogen schitteren in solo’s of Grand Pas de Deux. Op dat gemis na valt er wel veel te genieten.
Voor de plot borduurt Wheeldon verder op Grimms versie van Assepoester. Uit de bittere tranen bij haar moeders graf groeit een magische boom met vier bosgeesten (dansers met veel grondwerk), die haar helpen op haar hobbelige weg naar koninklijk geluk. Ondertussen schikt ze zich naar de vernederingen door haar stiefmoeder en stiefzussen en verzorgt ze stiekem een zwerver (de vermomde Prins).
Deze Guillaume speelt met zijn toekomstige rol als koning door te ravotten met de zoon van de eerste lakei en met hem stuivertje te wisselen. Dat brengt hem in Assepoesters keuken en vormt de opmaat voor haar gemaskerde komst naar het bal en de zoektocht naar de passende gouden spitz. Het koppel trouwt natuurlijk onder de magische boom.
Met hulp van dansende meubelstukken, traditionele gezichtsmaskers, figuratieve kostuums, Victoriaanse baljurken, uitstulpende vingernagels, wuivende pluimstaarten, koninklijke bogen en vooral veel ingenieuze videoprojecties op boomkruinen en paleismuren, herrijzen feeërieke decors, met als apotheose een opstijgende koets met wielen van twijgen en paarden van zeegras.
Bijna alles oogt ijl omdat het licht wordt opgetild. Een tegenkracht vormt de Engelse danshumor. De spitz is geregeld een venijnig dameswapen als ook een bananenschil bij groteske ‘valballetten’. Larissa Lezhnina is koninging van de slapstick wanneer ze als dronken stiefmoeder (volledig onder controle) met toastende glazen onderuit gaat.
Anna Tsygankova is mooi meisjesachtig als de eenzame Assepoester: haar armen fraseren prachtig met haar sierlijke benen. Partner Matthew Golding krijgt als Prins Guillaume weinig sprongen en draaien om mee te excelleren en de schouderlifts van Tsygankova ogen moeizaam. Maar met de guitige, dartele Remi Wörtmeyer als vriend Benjamin vormt hij wel een jongensachtig koppel. Eigenlijk kunnen ze allemaal zo het witte doek op. (Annette Embrechts)
> terug
de telegraaf, 17 december 2012:
Gejuich voor 'Cinderella'
****
Getuige de enthousiaste reacties van het publiek heeft Het Nationale Ballet de roos getroffen met de nieuwe Cinderella van Christopher Wheeldon. In vlot gemonteerde beelden trekt het sprookje als in een film aan de ogen voorbij. Het succes lijkt vooral te danken aan de verrassende vormgeving en de sterke uitvoering.
Centraal in het decor van Julian Crouch staat een magische boom, ontsproten aan de tranen van Assepoester bij haar moeders graf. Tijdens de voorstelling zie je hem groeien en de bron vormen betoverende voorwerpen. De parterre slaakt kreten van verrukking als zelfs de koets eruit tevoorschijn komt, een sublieme trucage van Basil Twist.
Wheeldon volgt de Engelse traditie van het verhalend ballet, stilistisch meer verwant aan MacMillan dan aan Ashton, wiens Cinderella hier jarenlang is vertoond. De dans van de jaargetijden ontleent zijn charme eerder aan de metamorfoses van de boom dan aan de choreografie. De balscène heeft daarna wel de nodige allure met een reeks van spannende solo's. Assepoester is in de nieuwe versie iets mee geëmancipeerd, de stiefzusters iets minder karikaturaal. Het raai gekostumeerde geheel is vooral gericht op een flitsende voortgang.
Dat Wheeldon de kunst verstaat om een verhaal in dans te vertellen, wordt bijzonder treffend gedemonstreerd door Anna Tsygankova in de titelrol. Het is alsof zij met haar prachtige lyrische en sprekende armen één is met de muziek van Prokofjev. Matthew Golding kan zich als haar droomprins uitleven in spectaculaire sprongen en draaien. Samen met de al even virtuoze Remi Wörtmeyer als zijn jeugdvriend Benjamin verovert hij het toneel met een flinke dosis branie. Larissa Lezhnina zet al haar komisch talent in voor de uitbeelding van de alcoholische stiefmoeder.
Als ook de overige drie bezettingen zo overtuigend zijn, belooft deze Cinderella een hit van jewelste te worden, mede dankzij de plastische muzikale begeleiding van Holland Symfonia onder leiding van Ermanno Florio. (Eddie Vetter
> terug
nrc handelsblad, 17 december
Sprankelend inventief sprookje
***
Sprankelend, dat is de nieuwe Cinderella van Het Nationale Ballet zeker. Choreograaf Christopher Wheeldon jast het sprookje van Assepoester erdoorheen in een caleidoscopische afwisseling van scènes en door tovenarij met projectie en decortrucs ontstaat een dynamisch, cinematografisch effect. Hoogtepunt is Assepoesters rit naar het bal van de prins, die het vernederde sloofje tenslotte tot gemalin neemt: roterende wielen van boomtakken zweven door de lucht, paardenhoofden duiken uit het niets op, de zalmroze avondcape bolt op en in een oogwenk vormen alle losse onderdelen een magische koets. Donderdag kreeg dit besluit van de eerste akte een ovatie.
Ook de rest van de slimme vormgeving van Julian Crouch verdient veel lof, met name de fantasierijke scènes bij de magische boom die bij het graf van Cinderella’s moeder uit de tranen van dochterlief is ontsproten. In de choreografie mixt Wheeldon zijn Britse balletachtergrond, gekenmerkt door heldere lijnen en weerbarstige kleine passen, met een hedendaagser idioom, rijk aan vloerwerk en een lossere, swingende flow. De mime is leesbaar, amusant en gedetailleerd. Alles draagt bij aan een toegankelijke, musical-achtige ervaring – precies wat Wheeldon wilde.
Keerzijde van die keuze is dat de krenten in de pap schaars zijn. De duetten van prins en Assepoester (mooie rollen van Matthew Golding en Anna Tsygankova) staan bol van inventief, vaak lastig partnerwerk, de snaakse sprongencompetities van de prins en zijn jeugdvriend (een haarscherpe Remi Wörtmeyer) stuiteren van het toneel en de harkerige demonstraties van Assepoesters stiefzusjes zijn weliswaar karikaturaal, maar knap gemaakt.
Voor het overige echter wordt klassieke logica vaak ingewisseld voor een zo dynamisch mogelijk, eclectisch beeld met relatief weinig passenvariëteit. Prokofjevs grote wals, die schrééuwt om een rijke choreografie, laat Wheeldon zo goed als links liggen, terwijl de variaties voor de seizoenen karakter ontberen. Het beeld van de dans beklijft nauwelijks. Desondanks is deze Cinderella een onderhoudend balletsprookje, zeer geschikt voor ‘instappers’. (Francine van der Wiel)
> terug
trouw, 18 december 2012
Cinderella is groots en toch in alles menselijk gebleven
Nee, er komt niet letterlijk een koets opgereden om Assepoester naar het bal te transporteren. Maar de verbeelding ervan is zo hemelbestormend dat de mond als vanzelf openvalt. Cinderella, de nieuwe monsterproductie van Het Nationale Ballet sinds Notenkraker en Muizenkoning uit 1996, staat bol van de tot in details uitgedachte theatrale verrassingen; zonde om te verklappen, veel te leuk om zelf te gaan ontdekken. Nou vooruit, eentje dan: de magische boom die boven moeders graf uit Assepoesters tranen groeit, wordt met projecties in allerlei filmlagen tot leven gewekt, tot het moment waarop de liefde tussen Assepoester en de prins aan de voet ervan wordt bezegeld. De magische boom is exemplarisch voor de cinematografische benadering van deze Cinderella, een coproductie met San Francisco Ballet. Choreograaf Christopher Wheeldon en scenograaf Julian Crouch baseerden zich voornamelijk op het sprookje dat de gebroeders Grimm over Assepoester schreven, en minder op het bekendere van Perrault. Met tal van magische 'natuur'elementen tonen zij hun trouw aan de Duitse versie, zoals in de schitterend vormgegeven bos- en vogelwezens die Assepoester bijstaan op haar pad. Alleen al door de aankleding - de Victoriaanse maskers zijn kunstwerken op zich - is dit de ideale familievoorstelling.
Een magisch sprookje, en toch een Cinderella van vlees en bloed, want veel aandacht gaat uit naar de ontwikkeling van de personages. Anna Tsygankova is een moderne Assepoester: geen serviel dienstertje, maar een zelfbewuste jongedame, ongelukkigerwijs verzeild geraakt in een situatie waar ze niet voor heeft gekozen. Als levenslustige prins wordt Matthew Golding al veel te vroeg geconfronteerd met zijn toekomstige verantwoordelijkheden. Als twee zoekende jonge zielen past het schoentje en vinden ze elkaar, omdat dat nou eenmaal des mensens is.
De bijpersonages zijn wat eendimensionaler, zoals we ook in HNB's vorige Cinderella-versie van Frederick Ashton gewend waren, en zorgen voor de komische noot. Geestig én ontroerend is het passen van het muiltje, verbeeld in een stoelendans van huwelijkskandidaten, waarbij íedereeen een poging waagt - vrouw, man, vogelwezen.
Een 'maar' is het ontbreken van een echte dansuitsmijter tussen Assepoester en de prins, die voor een balletsprookje wel heel erg weinig omhanden krijgt. Hun slotbalts is flink bepoedersuikerd en bevat geen opmerkelijk choreografisch vuurwerk, ondanks Tsygankova's en Holdings pittige overgave. Aan de andere kant is Wheeldons baletteske bescheidenheid ergens ook wel prettig; zijn Cinderella is alleszins groots en toch in alles menselijk gebleven. (Sander Hiskemuller)
> terug
noordhollands dagblad, 19 december
Het Ballet sprankelt met ’Cinderella’
Nu eens geen dansers verkleed als stiefzusters, geen muizen en pompoen. ’Cinderella’ van choreograaf Christopher Weeldon is verfrissend, kleurrijk en bovenal sprankelend. Uitgangspunt voor Weeldon was de ’Cinderella’ van de gebroeders Grimm, waarin de hazelaar - bij Het Nationale Ballet een magische boom – op het graf van haar moeder al Cinderella’s wensen vervult. Bovendien diept Weeldon de karakters meer uit. Zo heeft hij de prins (Matthew Golding) de naam Guillaume gegeven en hem een trouwe vriend Benjamin (Remi Wörtmeyer) gegeven. Als de ouders van Guillaume de prins op pad sturen om uitnodigingen voor het bal rond te brengen - het wordt hoog tijd dat hij een vrouw vindt - wisselt hij van kleding met Benjamin. Die geeft zich uit als de prins als ze hun opwachting maken bij Cinderella. Lieflijk De rol van Cinderella wordt vertolkt door sterdanseres Anna Tsygankova. Ze is lieflijk en betovert al bij voorbaat weer de harten van het publiek. Haar
stiefzusters Edwina en Clementine - Megan Zimny Gray en Nadia Yanowsky - lijken daartegenover bijna oprecht valse loeders die hun uiterste best doen het hart van de prins te veroveren. Ze komen dan ook bedrogen uit als op het bal blijkt dat ze hun charmes op de verkeerde man hebben gericht. Maar voor het ballet overgaat naar de tweede akte is er eerst nog een fantastisch schouwspel rondom de magische boom. Het decor - naar ontwerp van Julian Crouch - is vanaf het moment dat het doek opent overweldigend, maar het toneelbeeld rond de boom overtreft alles doordat ook hier de kostuums tot de verbeelding spreken. Uit de boom verschijnen de geesten van lichtheid, gulheid, mysterie en soepelheid die samen met Cinderella de eerste akte naar een hoogtepunt brengen. Dat is de koets waarop Cinderella associaties oproept met een gevleugelde godin op een strijdwagen.
Op het bal verliest de prins zijn hart aan Cinderella en vindt Benjamin zijn ware liefde in stiefzuster Clementine. Yanowsky is een danseres die al vaak heeft bewezen een ster te zijn in het uitvergroten van karakters en ook nu weet ze met haar rol van stiefzuster de ogen op zich gericht te krijgen. Dat geldt ook voor Larissa Lezhnina die als stiefmoeder verrast met een spelkwaliteit die trouw balletpubliek misschien niet van haar gewend is. Weeldon heeft zijn ’Cinderella’ niet alleen overgoten met romantiek, maar weet ook op de juiste momenten humor in te brengen. Soms subtiel en op andere momenten alom aanwezig in het spel tussen de stiefzusters of wanneer de stiefmoeder zich met haar dronkenschap belachelijk maakt. Hilarisch is de scène waarin de prins en Benjamin op zoek zijn naar het meisje dat haar muiltje verloor op het bal. En anders dan in het sprookje van Grimm wordt van stiefzuster Edwina niet een deel van de voet gehakt om het schoentje passend te maken, maar slaat de stiefmoeder er met een hamer op los om het schoentje aan de voet van haar dochter te krijgen. Choreografisch zit ’Cinderella’ al net zo goed in elkaar doordat Weeldon de klassieke ballettechniek op natuurlijke wijze combineert met hedendaagse bewegingen. Daarbij is er ook voldoende afwisseling tussen ensemblewerk en solo’s. Mooie vondst zijn de vier beschermengelen aan de zijde van Cinderella. Het Nationale Ballet brengt met deze ’Cinderella’ een echte familievoorstelling, die de moeite waard is om meer dan een keer te zien. (Nanska van de Laar)
> terug
the times, 21 december 2012
****
Christopher Wheeldon goes from strength to strength. His track record at the Royal Ballet is outstanding: a dozen one-act ballets of real distinction; a full-length ballet, Alice’s Adventures in Wonderland, that proved to be such a success that it returns in 2013 for a third successive year. And now comes a new co-production for the ballet companies in Amsterdam and San Francisco which proves that the 39-year-old British choreographer truly is at the top of his game.
Wheeldon has made his new Cinderella for Dutch National Ballet, which premiered it last week, and for San Francisco Ballet, which performs it in May (there will be a DVD, too, in 2013). Both artistic directors must be pleased, for this three-act staging of Prokofiev’s ballet is a vibrant piece of theatre and an enchanting love story rolled into a hugely entertaining whole.
Wheeldon bases his story mostly on the Brothers Grimm telling, which means there is no fairy godmother, no pumpkin and no glass slipper. In its place we have a magical tree, which has been nurtured by Cinderella’s tears for her dead mother, and a quartet of male guardian angels who ensure that our heroine gets to the ball. He has also given his leading characters more of a backstory. We see the death of Cinderella’s mother — she coughs up blood before being decorously carted away to heaven — and how this loss has scarred her daughter’s life. We see the prince as a rumbustious young boy, racing around the palace with his chum Benjamin, an early signal that he will chafe against the stifling protocols of life as a royal, including the demand that he make a good marriage.
Wheeldon puts an unexpected spin on the music, mining the darker reaches of Prokofiev’s mood. Yet his choreography is bright and lyrical, elegant and humorous, and it knows how to ride big melodies and enjoy small jokes. The aroma of romance is built into swishing classical lines and buoyant, hopeful lifts, while the duets for Cinders and her Prince Guillaume (yes he has a name) feel as private and intimate as real life.
Key to the production’s success is the extraordinary stage pictures evoked by the British designer Julian Crouch, here making his first foray into ballet. His sets and costumes consume the stage with mouthwatering candy-coloured frocks, vivid architectural vistas and breathtaking masks that evoke strange creatures of the forest. At the end of Act I comes a stunning moment that sums up the simplicity and punch of this show: Cinders is carried away to the ball in a magnificent carriage suggested by nothing more than a few horses’ heads, a few giant wheels and a lot of wish fulfillment.
I saw two casts in Amsterdam, and both revealed a company of great depth and dramatic flair. One cast was headed by Maia Makhateli who offered a sweet heroine well matched by Artur Shesterikov’s passionate prince. The other cast was led by Anna Tsygankova, a revelation in the title role. She is a very clear yet expansive dancer whose strong presence on stage, allied to a sharp musical awareness, brings new definition to Wheeldon’s choreography. Her Prince was Matthew Golding, a dancer whose every move feels big and irresistible.
Making the most of his dancers is another of Wheeldon’s remarkable achievements, one that will stand him in good stead when he unveils his latest Royal Ballet premiere in February. (Debra Craine)
> terug
