elsevier:

Kwikzilverige verschijning

Danste iemand eerder zo licht en kwikzilverachtig Giselle? De Siberische ballerina Anna Tsygankova van Het Nationale Ballet komt in haar interpretatie van de beroemde romantische rol dicht in de buurt van perfectie. In Het Muziektheater Amsterdam overtrof ze afgelopen weekeinde zichzelf als het naive boerenmeisje dat verliefd wordt op een prins, wordt afgewezen, sterft aan hartepijn en vervolgens terugkeert als geest.

Tsygankova danste de rol eerder, Het Nationale Ballet polijstte het beroemde ballet uit 1841 al in 2009 en toen had Tsygankova ook de hoofdrol, afgewisseld door andere eerste solisten. De voorstelling blijft ook als reprise een droom om te zien en dat is niet alleen te danken aan de sprankelende Tsygankova, maar ook aan de prins (de onderkoelde Jozef Varga wil duidelijk geen Casanova zijn), de mannenrollen (de wijnstampjongens!) én het corps de ballet. Vooral mooi is het ballet blanc waarin een legertje geesten van vroeggestorven vrouwen onder leiding van hun bittere koningin Myrtha de prins gijzelt. Giselle blijft een hoogtepunt van de balletromantiek, dat in verschillende rolbezettingen zal worden gedanst. De echte fan zal ook de invulling door andere ballerina’s dan Tsygankova willen zien.
Irene Start (28 april 2012)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

trouw:

Anna Tsygankova als Giselle: meer, meer, meer

De nieuwe versie van de romantische balletklassieker Giselle, die Het Nationale Ballet in 2009 op toneel bracht en nu herneemt, is in vele opzichten ‘typisch’ Nederlands. Deze ‘Hamlet van het ballet’ bevat een nuchtere kijk op de handeling, is zonder al te veel kitscherige opsmuk vormgegeven (smaakvol door Toer van Schaik) en kent een interne logica die voor iedereen te volgen is. Geen wonder dat deze productie ook internationaal uitstekend is ontvangen en dat HNB er de zalen weer vol mee krijgt. Deze Giselle heeft de toon van de nieuwe tijd voortreffelijk getroffen, zonder de traditie geweld aan te doen.

Het materiaal dat is gebruikt, voert via de versies van Marius Petipa eind negentiende eeuw terug op de oerbron van Jean Corelli en Jules Perrot uit 1841, maar er is met de verschillende variaties geschoven, er zijn dansen bijgekomen en de mannelijke hoofdrol is uitgebreid. Geen dommekracht om de prima ballerina te torsen, maar een mens van vlees en bloed, die van begin tot eind een ontwikkeling doormaakt. Om de première te laten dansen door Jozef Varga is een uitstekende keuze, want de Slowaak heeft een acrobatische dynamiek met schitterend uitgewerkte sprongenreeksen en weet zijn kracht een prettige zachtheid mee te geven. Geen poseur, maar een ingetogen topper: ook best wel een beetje ‘Nederlands’.

Ingetogen is ook het woord dat past bij de aanpak van de mime, een theatraal gegeven in romantische balletten, maar in onze tijd altijd problematisch om naar te kijken: geëxalteerd  met grote gestes, vaak onbedoeld lachwekkend. In deze Giselle wordt die traditie niet overboord gezet, eerder nieuw leven ingeblazen met meer tempo, betere wisselwerking met de verschillende dansonderdelen. Op deze manier is de mime prima te verteren en stiekem best wel lekker.

Maar natuurlijk draait het om Giselle, het boerenmeisje dat valt voor de charmes van de graaf, door hem wordt bedrogen en haar verstand verliest. Een zware rol, niet alleen danstechnisch, ook door de ontwikkeling van kinderlijke onschuld naar ‘volwassen’ vergeving. Giselle staat bekend om de uitglijers die ballerina’s hierin kunnen maken: te weinig doorleving en te veel hysterie.

Neem dan Anna Tsygankova, zij is een triomf. Een gedroomde Giselle met Kirov-kwaliteiten, schitterende belijning, souplesse en gratie. Elke beweging is gevoel, en ook hier is het ingetogenheid het sleutelwoord. Geen moment verliest zij haar geloofwaardigheid. Van Tsygankova wil je meer, meer, meer.
Sander Hiskemuller (woensdag 25 april 2012)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

de telegraaf:

Pure romantiek in fraaie Giselle

Giselle is terug in het Amsterdamse Muziektheater. Daarna zal deze recente productie van het Nationale Ballet niet alleen overal in het land te zien zijn, maar ook in Zweden en Turkije. De toeschouwers kunnen zich twee uur lang verplaatsen in een romantische sprookjeswereld met danskunst van hoog niveau. Een weids bergpanorama en een door spookachtig maanlicht beschenen woud vormen in de decors van Toer van Schayk de passende entourage voor een van de hoogtepunten uit het klassieke repertoire.

Ballet
Bij de eerste van de nieuwe reeks voorstellingen danste Anna Tsygankova de rol van het boerenmeisje dat verliefd wordt op Albrecht zonder te weten dat hij van adel is en al een verloofde heeft. Na een paar technische haperingen komt ze geheel in haar element tijdens de dramatische waanzinscène, waarin Giselle sterft aan een gebroken hart. Onaards licht en ontroerend puur is ze daarna in de 'witte' tweede akte als een van de Wili's, geesten van meisjes die voor hun huwelijk zijn gestorven en 's nachts wraak nemen op de mannen door hen de dood in te dansen.

Zachtaardig

Naast haar toont Jozef Varga zich als Albrecht een ware 'danseur noble' met een fraai ingehouden virtuositeit. De meeste rollen zijn trouwens opvallend sterk bezet. Vera Tsyganova lijkt wel iets te zachtaardig voor de demonische Myrtha, de koningin van de Wili's, maar onder meer Megan Zimny Gray (Zulme), Alexander Zhembrovskyy (Hilarion) en vooral Remi Wörtmeyer in de 'pas de quatre' laten zien dat het Nationale Ballet een bloeitijd doormaakt. Dat geldt zeker voor het prachtig dansende corps de ballet. De muzikale begeleiding door Holland Symfonia onder leiding van Ermanno Florio vormt een extra troef in deze bijzonder aantrekkelijke voorstelling. ?????
(Eddie Vetter, 24 april 2012)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

het parool:

Contrastrijk liefdesdrama

De twee grote tragische heldinnen van het klassieke ballet zijn toch wel de zwanenprinses uit Het Zwanenmeer en Giselle. Allebei gedoemd in de liefde, allebei dankzij een ondankbare minnaar. In Giselle blijkt Graaf Albrecht al verloofd te zijn met een ander, Prins Siegfried is niet eens in staat de zwanenprinses van haar kwaadaardige dubbelganger te onderscheiden. Maar waar bij Het Zwanenmeer in bepaalde versies nog hoop is op een happy end, is er in Giselle maar één uitkomst mogelijk: Giselle moet – letterlijk – sterven van een gebroken hart en terugkeren als een wili, een vrouwelijke geest die waardeloze mannen op hun beurt de dood in laat dansen.

De eerste akte in Giselle – naar de originele choreografie van Marius Petipa – is één van de meest plotzware in het romantische ballet, mede dankzij de mimescènes die door choreografen Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante in ere zijn hersteld. Graaf Albrecht (Jozef Varga) verleidt, vermomd als simpele burger, de onschuldige Giselle (Anna Tsygankova), maar wordt ontmaskerd door de jaloerse buurjongen Hilarion (Alexander Zhembrovskyy). Dat is te veel voor het zwakke hart van Giselle. Ze wordt waanzinnig en sterft.

Veel plot betekent ook veel acteren – niet voor niets wordt het de Hamlet van de balletrollen genoemd – en Anna Tsygankova overtuigt compleet. Het is bijzonder om haar, na sensuele, gepassioneerde rollen in Don Quichot en Hans van Manens Variations for two couples opeens als argeloos, ongekunsteld meisje te zien, dat vervolgens totaal doorslaat wanneer ze is bedrogen.

In de tweede, ‘witte’, akte krijgt ze kans op revanche als één van de wili’s, aangevoerd door de wraaklustige Myrtha (Vera Tsyganova). Maar, waar de onbegrepen en onbeminde Hilarion zonder pardon het graf in wordt geleid, weet Giselle het leven van Albrecht te sparen.

Giselle werkt het best vanwege de tegenstellingen: de aardse, springerige dansen in akte 1 en het etherische spitzenwerk in akte 2. De opkomst van de wili’s is wonderschoon: gehuld in doorzichtige sluiers en begeleid door de mist, als een conferentie van versmaden bruidjes.

Niet alle ensemblestukken zijn in de tweede helft even lichtvoetig: de scene waarin de wili’s op één been over het toneel hupsen voelt zwaar, het einde neigt om dezelfde reden zelfs een beetje naar gymnastiek.

Maar met een koppel als Tsygankova en Varga wil je dat best een keer door de vingers zien.
Bregtje Schudel
(Dinsdag 24 april 2012)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

het parool:

Hartstocht tot aan het randje van de dood

Romantischer ballet dan Giselle is niet snel te vinden. Een titelheldin die waanziing wordt en sterft van een gebroken hart, liefde die doorgaat tot in de dood, en feeërieke geestverschijningen die ondankbare lovers bijna letterlijk het graf in dansen. Kortom, ruim anderhalf uur hartstocht, bedrog, wraak en boete.

Sinds de eerste uitvoering in 1841 van choreografen Jean Coralli en Jules Perrot, naar muziek van Adolphe Adam, kent Giselle vele gedaanten. Van überklassiek tot vooruitstrevend, van een pastorale setting in eind achttiende-eeuws Duitsland tot een concentratiekamp in bezet Polen. Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante blijven dicht bij de bron: de versie die Marius Petipa in 1884 op basis van het origineel maakte.

Graaf Albrecht (Jozef Varga), vermomd als dorpeling, flirt met lokale schone Giselle (Anna Tsygankova), maar is eigenlijk al verloofd. Wanneer Albrecht door de competitie, Hilarion (Jan Zerer), wordt ontmaskerd, stort Giselle, sowieso al zwak van hart, levenloos ter aarde. In de tweede akte herrijst ze als Wili, de geest van een bedrogen maagd. Met de andere Wili’s, aangevoerd door Myrtha (Igone de Jongh), lokt ze trouweloze mannen de begraafplaats op op ze vervolgens al dansend de dood in te jagen.

Beaujean – hoofd artistieke staf van Het Nationale Ballet en zelf jaren vertolkster van Myrtha – en Bustamante – ooit Graaf Albrecht bij het American Ballet Theatre – hebben vooral aan de eerste akte geknutseld. Mimescènes die in eerdere versies verloren waren gegaan, werden in ere hersteld, een pas de deux inclusief solo’s voor twee – enthousiaste – boerenstelletjes en een ‘wijnstampdans’ toegevoegd.

De trekpleister is de tweede, ‘witte’ akte, waar Albrecht het op moet nemen tegen Myrtha en haar leger wraaklustige Wili’s. Vooral hun entree is indrukwekkend, wanneer ze als versmade bruidjes met witte sluiers het toneel opzweven.

De twee aktes worden ook qua dans mooi tegen elkaar afgezet. Waren de dorpsdansen aards en springerig, bij de etherische Wili’s staat juist gewichtloosheid centraal, dus overvloedig spitzenwerk, hooggeheven armen en veel, heel veel wit tule.

De Jongh, die al eerder de rol van Myrtha vertolkte, is gracieus en koel, en bij de meeslepende Tsygankova is iedere romantische hoofdrol in goede handen. Maar deze Giselle zet ook de mannelijke protagonist hard aan het werk. Varga danst met overtuiging tot aan het randje van de dood.
Bregtje Schudel (13 februari 2009)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle 

de groene amsterdammer:

De zwaartekracht genegeerd

Het ballet Giselle geldt als een van de belangrijkste werken uit de dansgeschiedenis en is naast La Sylphide de enige overlevende choreografie uit de Romantiek. Dit ballet over de noodlottige liefde tussen het boerenmeisje Giselle en de prins Albrecht stond sinds de Parijse première in 1984 vrijwel onafgebroken op het repertoire van de grote balletgezelschappen. De solist, die een overtuigende Giselle of Albrecht wil neerzetten, treedt in de voetsporen van legendarische voorgangers als Galina Ulanova, Carla Fracci, Natalia Makarova, Vaslav Nijinksy en Rudof Nureyev.

In Nederland is het al meer dan tien jaar geleden dat Het Nationale Ballet Giselle opvoerde. Voor deze gelegenheid werd de wat verouderde versie van Peter Wright vervangen door een herbewerking van oud-dansers Rachel Beaujean (Het Nationale Ballet) en Ricardo Bustamante (onder meer het American Ballet Theatre).

Giselle bestaat uit twee aktes die zo verschillend van karakter zijn dat ze bijna als afzonderlijke balletten kunnen worden beschouwd. De tweede akte, de ‘witte’ akte, waarin een groep jong gestorven maagden elke jongeman die zij te pakken krijgen de dood in jaagt, is een monument uit de dansgeschiedenis en werd in deze versie nauwelijks aangepast. Dat is ook nergens voor nodig. Al meer dan anderhalve eeuw is het ademloos toekijken hoe de dansers tijdens de maanverlichte pas de deux traag de wetten van de zwaartekracht negeren, hoe tientallen in lange witte tutu geklede ballerina’s op spitzen langs elkaar heen glijden en hoe de mannelijke solisten met olympische sprongen over het podium zweven.

Beaujean en Bustamante hielden daarom vooral huis in de doorgaans wat stoffige eerste akte, die bij Het Nationale Ballet nu lekker vlot op tempo komt. Deze akte is, in tegenstelling tot de macabre, nachtelijke tweede, één grote lofzang op het frisse achttiende-eeuwse landleven. We zien een idyllisch Duits dorpje waar de druivenoogst in volle gang is en de najaarszon de harten sneller doet kloppen. Giselle danst er arm in arm met haar geliefde Albrecht, de geoogste druiven worden binnengereden op praalwagens (waar Giselle natuurlijk op klimt met een scepter van boemen voor eenkleurig tableau vivant) en de dorpsjeugd walst overal even onbezorgd doorheen. Je moet ervan houden, maar een goed excuus voor een prettige klassieke balletproductie is het allemaal zeker.

In beide aktes stonden de dansers van Het Nationale Ballet opvallend zelfverzekerd op het toneel. De beeldschone Anna Tsygankova laveerde moeiteloos tussen de eerst zorgeloze, daarna door liefdesverdriet verscheurde Giselle uit de eerste akte en het etherische, gewichtloze creatuur uit akte twee. Haar tegenspeler Jozef Varga flankeerde haar steeds met mannelijke elegantie. Zonder moeite tilde hij Tsygankova hoog boven zijn hoofd en hij zeilde zorgeloos door pirouetten en virtuoze sprongen. Daarnaast maakten ook tweede solisten Michele Jimenez en Mathieu Gremillet, grand sujet Maia Makhateli en corps de ballet-danser Artur Shesterikov indruk in de sprankelende, technisch zeer pittige pas de quatre uit de eerste akte, en speelde tweede soliste Anu Viheriäranta het klaar om tijdens haar korte opkomsten in de twee de akte alle ogen naar zich toe te trekken.

Het moet dan ook worden gezegd: de nieuwe Giselle kan zeker net zo lang mee als haar voorganger. We zitten goed de komende dertig jaar.
Klaas Backx (20 februari 2009)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle 

de telegraaf:

Nieuwe Giselle groeibriljant

Voor het eerst sinds 1977 presenteert Het Nationale Ballet een nieuwe productie van Giselle, een van de weinige steunpilaren van het klassiek romantische repertoire. Bij de oude versie van Peter Wright gingen de jaren tellen, maar de nieuwe is evenzeer gebouwd op traditionele fundamenten.

Aan het verhaal is niet getornd. Het boerenmeisje Giselle wordt verliefd op Albrecht, zonder te weten dat hij van adel is en reeds een verloofde heeft. Als de jaloerse boswachter Hilarion dit aan het licht brengt, wordt ze waanzinnig van verdriet en sterft ze aan een gebroken hart. Ze leeft voort als een van de wili’s, geesten van meisjes die voor hun huwelijk zijn gestorven en die ’s nachts wraak nemen op mannen door ze de dood in te dansen. Uit pure liefde die over het graf heen gaat, weet ze Albrecht voor dit lot te behoeden.

Bijzonder fraai zijn de nieuwe decors en kostuums van Toer van Schayk, die overigens zelf ooit op onvergetelijke wijze de rol van Hilarion heeft gedanst. Achter een dorpsplein ontvouwt zich een weids bergpanorama, als op een schilderij uit 1800. Het tweede bedrijf in het rijk van de wili’s speelt zich af bij spookachtig maanlicht waarin donkere boomtoppen afsteken tegen dreigende wolkenlucht, suggestief belicht door James F.Ingals.

Binnen dit vroegromantische kader volgen Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante zoals gebruikelijk de traditie van Petipa, die in 1884 de oorspronkelijke versie van 1841 geheel heeft herzien. In plaats van de ‘Boeren-pas de deux’ introduceren ze een aantrekkelijke pas de quatre, met voor de variaties van de twee danseressen muziek van Adolphe Adam uit een ander ballet. Er is een extra solo voor Albrecht en enige toegevoegde mime, maar een dramatische eenheid vormt de eerste akte nog niet door het gebrek aan stilistische homogeniteit.

Sterk geregisseerd is wel het slot van dit bedrijf, als Giselle gek wordt van verdriet en sterft (en niet zelfmoord pleegt zoals in veel andere versies). De verstilling en concentratie die daar optreden, zetten zich voort in het ‘ballet blanc’ van de tweede akte, waarin drama en etherische sfeer zijn gebundeld tot een betoverend en ontroerend schouwspel.

Dat is ook te danken aan Anna Tsygankova, die de titelrol met een zeldzame overgave danst. In het begin lijkt ze wat gekunsteld voor de naïeve en schuchtere Giselle, maar in het dodenrijk is haar organische en muzikale lichtheid onwerelds zo puur, terwijl ze toch een mens van vlees en bloed blijft. Naast haar overtreft Jozef Varga zichzelf als hij een nobele en zowaar hartstochtelijke Albrecht.

De overige rollen worden redelijk tot goed gedanst. Jan Zerer (Hilarion) is geen geboren acteur, terwijl Igone de Jongh als Myrtha, de koningin van de wili’s, nog de nodige demonische uitstraling en ijzingwekkende sprongkracht mist. Het nu al sterke corps de ballet zou in de witte akte wat lichtvoetiger kunnen bewegen. Maar zo’n voorstelling moet de tijd krijgen om te groeien. Het Nationale Ballet kan nog jaren voort met deze nieuwe Giselle.

Bij de première vonden de dansers geschikte partners in de musici van Holland Symfonia, die onderleiding van Boris Gruzin de fijne muziek van Adam met smaak ten gehore brachten.
Eddie Vetter (13 februari 2009)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

de volkskrant:

Nachtwacht beetje overgedaan

Direct na aanvang van de voorstelling vindt ze een rode roos op haar stoepje, in de tweede akte belanden roomblanke lelies op haar graf en na afloop ontvangt ze de grootste bos witte rozen van alle dansers. Niet onterecht. Op een enkele technische hapering na, danst eerste soliste Anna Tsygankova een geïnspireerde hoofdrol als Giselle in de gelijknamige balletklassieker die nu in hernieuwde versie door Het Nationale Ballet op het repertoire is genomen.

Als verliefd boerenmeisje – eenvoudig, onschuldig maar gepassioneerd – geeft ze haar gulle lach aan publiek en aanbidders. Eenmaal diep gekwetst door het bedrog van haar geliefde, stort ze zich met losgegooide haren in de beruchte waanzinscène, geloofwaardig zonder pathetiek. De diagonaal op één spitz en de manège aan pirouettes mogen muzikaler, maar na de pauze keert Tsygankova krachtig terug als geestverschijning tussen leven en dood.

Haar armen staan als vliegtuigvleugels strak aan haar gespierde bovenlichaam. Toch roept ze met ingetogen blik een etherisch aura op. En weet ze ondanks uitputtende balletvariaties als grote zweefsprongen troost en vergeving in haar vertolking te leggen.

Tsygankova krijgt krachtig tegenspel van een mimisch en dansant sterke Jozef Varga als de berouwvolle Graaf Albrecht. In de eerste akte mag hij meer de avonturier laten zien, wanneer hij vermomd als dorpsjongen Giselle verleidt (ondertussen ook verloofd met hertogsdochter Bathilde). In de tweede akte maakt hij van de ingevoegde danssolo een overtuigend herennummer.

Ook Jan Zerer danst een voortreffelijke hoofdrol als de hartstochtelijk jaloerse Hilarion. Zerer, nu nog grand sujet, koppelt een enorme sprongkracht aan een onbesuisde wraaklust.

Dat deze drie rollen sterker tot hun recht komen, is mede een verdienste van het artistieke duo Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante, dat de solo’s met toevoeging van expressieve gebaren en aanvullende passen meer body geeft.

Ook de eerste akte, midden op het dorpsplein, oogt minder flets door de invoeging van een sportieve en gymnastische wijnstamp dans. Samen met de uitgekiende kleuraccenten van Toer van Schayk in het sprekende horizondoek, de landelijke kostuums en de prentenboekachtige spaanplaathuisjes, oogt deze Giselle frisser en attractiever dan de jarenlang gedanste, formele en beleefde interpretatie van Sir Peter Wright.

Toch blijft de vraag of dit nu de Giselle is die tot de Nederlandse danscanon zou moeten behoren. Beaujean en Bustamante hebben de romantische klassieker niet echt brutaal aangepakt, meer onderstreept en opgefrist. Hun commentaar vooraf: ‘De Nachtwacht schilder je toch ook niet over?’ Die vergelijking gaat echter mank: de Nachtwacht schilder je ook niet een beetje over. En dat is wat Beaujean en Bustamante met Giselle wel hebben gedaan: ze hebben extra kleuraccenten aangebracht.

Echt leven gaat het verhaal nog steeds niet – alle liefde, bedrog en vergiffenis ten spijt. Daarvoor blijft de eerste acte te veel een gedanste pastorale en de tweede acte een compromis tussen de vage (on)geloofwaardigheid van spirituele grafverschijningen en de rituele mathematica van zich formeel voltrekkende danspatronen.
Annette Embrechts (12 februari 2009)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

nrc handelsblad:

Tsygankova als ‘Giselle’ danst en speelt fantastisch

Wat zou er zijn gebeurd als graaf Albrecht het boerenmeisje Giselle nooit had ontmoet en in handen was gevallen van de wili’s; mannenverslindende geesten van voor het huwelijk gestorven meisjes? In elk geval had dat bijna 170 hoofdbrekens gescheeld over de eerste akte van Giselle (1841). In alle producties sinds de oerversie van Jean Coralli en Jules Perrot is de eerste akte nét even anders, en toch hetzelfde: Albrecht, al verloofd met een aristocratische dame, verleidt Giselle. Zij ontdekt zijn bedrog, wordt waanzinnig en sterft. Volgt akte twee, het ballet blanc, waar het om te doen is.

Bij Het Nationale Ballet hebben Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante gepoogd de handeling van deel één logischer en aantrekkelijker te maken. Soms werkt dat, bijvoorbeeld als twee paren de plaats innemen van Giselle om de jachtstoet te vermaken. Maar de aanpassingen pakken niet altijd zo goed uit; vier wijnstampers in korte broek zijn fotogeniek, maar met romantisch ballet heeft hun scène niets te maken. Het grootste mankement van dit deel is echt de versnipperde stijl. Natuurlijk moet de voorstelling nog worden ingedanst, maar of de onhandig ogende nieuwe choreografieën daar interessant van worden, het drama levend? Nu gebeurt dat niet, ondanks veel toelichtende mime. Van ontroering is pas net voor de pauze sprake, in de waanzinscène. Dankzij het acteertalent van de ook fantastisch dansende Anna Tsygankova (Giselle) krijgt deze akte op de valreep iets memorabels.

Goddank dus voor die onverwoestbare tweede akte, de opstomende formaties van de wili’s, de ragfijne variaties en roerende pas de deux voor Giselle en haar Albrecht. Hier zijn de aanpassingen van Beaujean en Bustamante geslaagd: de cirkelopstelling van het corps de ballet klopt en het dwingende, slingerende corps de ballet is indrukwekkend. De witte verschijningen komen prachtig uit in het decor van Toer van Schayk. Over de boomkruinen toont dat dreigende wolken boven een wijds panorama. Vóór de pauze winnen de kostuums: rijk bepluimde hoeden voor de jachtstoet en licht getinte kleding voor de dorpelingen.

Op de première triomfeert Tsygankova (Giselle): ongelooflijk hoe zij met ijzeren beheersing ultieme lichtheid weet te suggereren. In Jozef Varga (Albrecht) treft zij een partner die haar kundig laat zweven en zelf een verzorgde techniek demonstreert. Igone de Jongh valt tegen als Koningin der Wili’s; ze straalt geen bloeddorst uit en mist de vereiste sprongkracht.

Individuele prestaties zullen bepalend zijn voor de houdbaarheid van deze productie, tenzij de eerste akte onder handen wordt genomen. Wie Peter Wrights stijlvolle versie kent, voorheen op het repertoire van Het Nationale Ballet, weet dat de nieuwe Giselle op vele punten aan kwaliteit kan winnen.
Francine van der Wiel (11 februari 2009)

Wie kent Adolphe Adam?
Adolphe Adam (1803-1856), componist van de balletmuziek van Giselle, was tijdgenoot van componisten Bellini (1801-1835) en Berlioz (1803-1869). Bellini en Berlioz zijn wereldberoemd, maar buiten de balletwereld kent bijna niemand nog Adam, ook al was hij óók de componist van 39 opera’s.

Giselle (1841), waarvoor Ludwig Minkus in 1867 nog aanvullingen componeerde, is ondenkbaar zonder de muziek van Adam: vaardig geschreven, beeldend en effectvol. Maar vaak ook de verbazingwekkend eenvoudig en ambitieloos. Als de kans bestond dat de briljante ouverturespecialist Rosini naar Giselle kwam kijken, componeer je toch niet zo’n plat inleidinkje?

De uitvoering door het goed spelende Holland Symfonia maakt vrijwel alles goed. De blazers zorgen voor kleur en sprankeling, de strijkers creëren in de tweede ‘witte’ acte een etherische, magische sfeer. De Russische dirigent Boris Gruzin, een absolute meester in timing en rubato – dirigeert muziek én dans.
Kasper Jansen (11 februari 2009)
> terug naar voorstellingsinformatie giselle

Opties

  • delen