De Volkskrant

18 maart 2011Het corps de ballet weet overal raad mee en toont zich een hecht ensemble

Het stroeve verhaal over de verboden verliefdheid van de kuise amazone Sylvia zit de nieuwste avondvullende voorstelling van Het Nationale Ballet danig in de weg. Het libretto van deze Sylvia, stammend uit 1876 en gebaseerd op de mythe Sylvia, ou la nymphe de Diana, en het pastorale drama Aminta, is een mengeling van Grieks godenverhaal met herderlijk liefdesdrama. Beide komen niet goed uit de verf. De personages, van goden tot geesten en van herders tot jagers, lijken zich verdwaald te voelen, in de heilige bossen uit akte 1, of de decadente villa uit akte 2. Goden transformeren zich bovendien om onduidelijke redenenen in rivalen waardoor veel motieven in nevelen blijven gehuld.
Kort gezegd komt het erop neer dat de kuise amazone Sylvia, dienares van Diana (godin van de jacht), verliefd wordt op de herder Aminta. Deze liefde mag ze van zichzelf en van Diana niet vieren. Aminta wordt heen en weer geslingerd tussen amourette en afwijzing. Eros, god van liefde, bemoeit zich er ook nog mee door zich voor te doen als de knappe Orion, die Sylvia wel weet te schaken.
Jaren later (de dansers hebben grijze slapen) ontmoet Sylvia Aminta opnieuw in het Heilige Woud, voelt zijn liefde, maar wijst die toch weer af.

Dit verhaal leent zich voor krachtige solorollen en mooie tableaus van het corps de ballet. Het Nationale Ballet heeft de choreografische interpretatie aangekocht, die de Duitse Amerikaan John Neumeier in 1997 maakte voor het Ballet van de Parijse Opéra.

Geen hemelbestormende of verrassende choreografie, wel een gestileerde, abstraherende en licht verhalende versie. Het Heilig Woud bestaat uit groene wanden met silhouetten van blauwe bomen, Orions huis is een witgepleisterde villa met megagroot godenbeeld. In deze strakke vormgeving laveert de choreografie van indringende, bijna feministische vrouwenparades naar een dansant huisfeest met stijlvolle salondans in rokkostuums. Het corps de ballet weet overal raad mee en toont zich een weliswaar nog bescheiden, maar hecht ensemble.

Het meeste indruk maken de solisten Remi Wörtmeyer als de naïeve Aminta en Marisa Lopez als de verscheurde Sylvia. Vooral Wörtmeyer maakt met komieke loopjes à la Charlie Chaplin een aandoenlijk personage van zijn vurig verlangende maar tekortschietende herder. Motor van de avond is bovenal de meeslepende compositie van Léo Delibes, aanstekelijk vertolkt door Holland Symfonia. Het fluitgeschal in de jachtthema’s en het vleugje swing in de feestende violen maken deze Sylvia uiteindelijk toch tot een genoegen.
Annette Embrechts
> terug

Het Parool

18 maart 2011Pijlen afschieten in leren bustiers

Vrijwel iedereen is het er wel over eens: voor het verhaal (oftewel libretto) van het ballet Sylvia (1876) hoef je het niet te doen. De vage en tenenkrommend traag uitgesponnen verwikkelingen tussen de simpele herder Aminta en de kuise jagersnimf Sylvia horen eerder thuis in een derderangs soap. Maar dat was voor John Neumeier, artistiek leider van het Hamburg Ballett, gelukkig ook niet de reden om het ballet in 1997 voor het Parijse operaballet in een nieuw jasje te stoppen, Neumeier ging het om de onsterfelijke muziek van Léo Delibes, zo indrukweekend dat Tsjaikovski zijn score zelfs boven die van zijn eigen Zwanenmeer prefereerde.

Het verhaal is in deze versie enigszins versimpeld. De wat suffe Aminta valt nog steeds voor de stoere Sylvia, protegee van Diane (Igone de Jongh), godin van de jacht. Dan wordt Sylvia verleid door god van de liefde Amor, eerst vermomd als herder Thyrsis (in rode tuinbroek), daarna als de aantrekkelijke Orion.

Neumeier koos voor een interessante bewegingstaal en aankleding. De jagersnimfen zijn strijdbare amazones, die moeiteloos in hun leren bustier, zwarte sportbeha of badhanddoek wijdbeens op de hurken gaan om hun pijlen af te schieten. Ontdaan van hun roze tutu’s zie je de ballerina’s als topsporters. Maar ook de andere karakters wisselen gracieuze balletpassen af met haast houterige bewegingen, alsof alle gewrichten in het lichaam scharnieren zijn en de voeten zijn vastgeroest in de loopstand.

De duetten zijn het sterkst, zoals in de olijke eerste ontmoeting tussen Aminta en Sylvia, of het melancholische samenspel tussen de gepassioneerde Diana en de narcoleptische Endymion. Toch wordt de eerste akte naar het einde wat langdradig. Vooral het geschmier van het tuinbroekenkorps (de herders) zal niet iedereen behagen.

In de eerste scène van akte twee valt alles gelukkig op zijn plek, wanneer Sylva wordt bezocht door haar vroegere minnaars. De bewegingen worden eleganter. De Jongh is in pak (denk: Marlene Dietrich) sexy, de diverse dandy’s, schijnbaar zo weggelopen uit een Evelyn Waughroman, zijn wel amusant. Dan pas wordt duidelijk hoe veel meer mogelijk is wanneer je niet wordt gekortwiekt door het verhaal. Had Neumeier het duffe libretto maar helemaal losgelaten.
Bregtje Schudel.
> terug

De Telegraaf

22 maart 2011Sierturnen met Sylvia

De choreograaf John Neumeier heeft een naam hoog te houden, maar in ons land geniet hij nog geen bijzondere populariteit. Het is de vraag of dit verandert nu zijn hedendaagse versie van Sylvia uit 1997 door het Nationale Ballet op het repertoire is genomen.

Het oorspronkelijke ballet uit 1876 gaat over een nimf die tegen de zin van haar meesteres Diana, de godin van de jacht en de kuisheid, een liefdesavontuur aangaat met de herder Aminta. Nieuw was destijds dat vrouwen niet als etherische wezens werden voorgesteld, maar als amazones die hun mannetje stonden. Neumeier onderstreept dit door de dames op te voeren als een stel boogschutters in atletisch tenue. Naast hen is de herder een zacht ei.

Wanneer Sylvia de liefde leert kennen, mag ze op een glossy feestje het vechtpak verruilen voor een prachtige avondjurk en wordt zij omringd door mondaine heren in smoking en rok die dan op háár jagen in plaats van andersom. Neumeier volgt alleen in grote lijnen het originele libretto. Aan het eind geeft hij er een melancholieke draai aan. Er zijn dan jaren verstreken en de twee geliefden blijken door de tijd van elkaar te zijn vervreemd.

Lauwe dweil
Net zo steriel als de decors van Yannis Kokkos, waarin het bos al zijn natuurlijkheid heeft verloren, is de choreografie, een gepolijst mengsel van neoklassieke en eigentijdse elementen. De dans ontaardt te vaak in een even fraaie als saaie vorm van sierturnen met het effect van een lauwe dweil. De voortdurende gekunsteldheid leidt tot een elegant maar nogal bloedeloos schouwspel. Ashtons Sylvia uit 1952, door het Royal Ballet opnieuw op het repertoire genomen, was een betere keuze geweest.

Niettemin is deze versie in al haar loze esthetiek wel met onmiskenbaar vakmanschap gemaakt, vooral in de solo’s en duetten.

Er zijn sterke rollen voor Marisa Lopez (Sylvia), Remi Wörtmeyer (Aminta), Igone de Jongh (Diana) en Cédric Ygnace als de liefdesgod Eros die in verschillende gedaanten het verhaal bestiert. De ensembles doen soms nog wat onwennig aan, maar er wordt over de gehele linie met overgave gedanst.

Delibes had als componist meer gevoel voor dramatiek. Er is helaas geknipt en geplakt in de partituur ten koste van de variatie en de dramatische voortgang. Holland Symfonia treft onder leiding van Ermanno Florio de sfeer beter dan de choreograaf, die we overigens nog nooit op een bijzondere muzikaliteit hebben kunnen betrappen.
Eddie Vetter
> terug

Noordhollands Dagblad

18 maart 2011Sylvia is echt girlpowerballet

Stoere vrouwen en ietwat dandy mannen. Beeldend is John Neumeiers Sylvia een genot om naar te kijken, ook vanwege de prachtige kostuums en het abstracte, maar doeltreffende decor van Yannis Kokkos.

Sylvia, naar het zestiende eeuws herdersspel ’Aminta’ van de Italiaanse dichter Torquato Tasso, zag als ballet - waarvoor Delibes de muziek schreef - het levenslicht in 1876.

Herder Aminta wordt verliefd op Sylvia. Diana - godin van de jacht - ontdekt dat haar nimf verliefde blikken uitwisselt met Aminta en dat doet haar herinneren aan de tot eeuwige slaap gedoemde herder Endymion. Sylvia neemt afstand van Aminta en laat zich verleiden door Amor, die zich verkleed heeft als de knappe Orion. Jaren later ontmoeten Aminta en Sylvia elkaar opnieuw en even lijkt hun liefde voor elkaar weer op te bloeien. Voor Diana is de verleiding groot de twee te scheiden, maar Amor slaat haar de wapens uit handen. Uiteindelijk blijkt dat Sylvia en Aminta al door het leven zelf uit elkaar zijn gegroeid. Sylvia blijft dan, net als Diana, achter als eeuwige jageres.

Neumeier plaatst Sylvia in een meer hedendaagse setting en sluit daarmee aan bij de oorsprong van het ballet waarmee afstand werd genomen van het romantische ballet en zijn hemelse vrouwbeeld. De jageressen Van Neumeier zijn onverschrokken, onafhankelijke vrouwen met in hun sprongen een flinke dosis girlpower. Aan het hoofd staat de maagdelijke heerseres Diana. Een charismatische rol waarin Igone de Jongh excelleert. Marisa Lopez laat zondermeer zien hoe de vrouwelijkheid van Sylvia ontluikt en tot wasdom komt. Remi Wortmeyer verrast door Aminta neer te zetten als een poëtische persoonlijkheid en is in staat het publiek mee te laten delen in zijn liefdespijn. Cédric Ygnace (Eros, Thyrsis en Orion) is in tegenstelling tot zijn mannelijke opponenten grappig en sexy.

Buiten de solisten, die ook veel indrukwekkend partnerwerk laten zien, eist ook het corps de ballet terecht de aandacht van het publiek op. Neumeier laat veel ruimte aan het corps de ballet, waardoor af en toe verwarring ontstaat in de verhaallijn. Die is gelukkig makkelijk weer te ontrafelen door de helder neergezette personages.

Hoewel Neumeiers Sylvia ontdaan is van alle franje, schept hij evengoed een arcadische wereld en keert daarmee terug naar de bron: Tasso’s herdersspel ’Aminta’, waarin zuiverheid een belangrijk kenmerk is. Zuiver is ook Neumeiers Sylvia, dat de mythologie op minimalistische wijze blootlegt.
Nanska van de Laar
> terug

Opties

  • delen