Niemand in de zaal heeft iets in de gaten behalve ik, want ik heb vanavond dienst als “gezelschapsvertegenwoordiger” en dat betekent dat ik de hele avond met een pieper rondloop en in geval van probleempjes wordt opgepiept. Zoals bijvoorbeeld: “Er staan hier twee mensen bij de kassa die zeggen dat er vrijkaarten voor ze zouden zijn maar op hun naam liggen er geen kaarten klaar”. Dan komt de gezelschapsvertegenwoordiger in actie. Iedere voorstelling is er een collega ingedeeld, en ik doe ook mijn diensten. Maar brandalarm, dat is een ander verhaal!
Op het podium is er niets van enige calamiteit te merken. De Prins is net in het bos aangekomen waar zijn schone slaapster achter de doornen op hem ligt te wachten. Niets aan de hand zo te zien: straks gaat hij haar gewoon vinden en fijn wakker kussen – tenzij we dan de zaal al hebben moeten ontruimen! Het Muziektheater is groot en er kan natuurlijk ook ergens in de kantoren wat aan de hand zijn. Maar dan nog kan besloten worden om geen risico te nemen. Ik haast me de zaal uit, en meld me aan de receptie bij de artiesteningang –het afgesproken verzamelpunt- om te horen wat de stand van zaken is. Stel dat er ontruimd moet worden! Dan moet ik het podium op om – “kalm maar beslist”, zegt de instructie - het publiek te vragen de zaal te verlaten. En alle medewerkers moeten zich bij een ontruiming verzamelen bij de nabij gelegen Mozes en Aäronkerk. Ik zie me al tegen die dansers in hun dunne kostuums zeggen dat ze bij -4?C toch echt de straat op moeten...
Maar zover komt het niet. Het is loos alarm. Van de dertig jaar oude decordoeken komt zoveel stof af dat de brandmelder aansloeg. Niets aan de hand, jongens. Dus de brandweer is al afbesteld. En ik kan rustig terug naar de voorstelling.
Uit de coulissen zie ik dat Aurora inmiddels weer tot leven is gekust. Ik sta in het donker naast het podium en kijk om me heen. Technici staan klaar voor changementen, dansers komen aanlopen en warmen zichzelf op, spitzen worden aangedaan, de voorstellingsleider roept als een “verkeersleider” alle lichtstanden af, verderop in de gang worden dansers gekapt of geschminkt, kostuums worden aangetrokken of uitgedaan, overal waar je kijkt is er iemand bezig. Het is kortom een enorme bedrijvigheid, die hier schuilgaat achter het gelikte sprookje dat het publiek te zien krijgt. 100% professionaliteit, dat is het. En dat zou ook het geval geweest zijn als er echt brand was uitgebroken. Hopelijk is dat de enige topprestatie die we nooit zullen hoeven te leveren.
En toch… Ik was klaar geweest voor mijn heldenrol. Eerst zou ik door krachtdadig optreden vele onschuldige bezoekers hebben gered van de vuurdood. En daarna zou ik eigenhandig Aurora uit de vlammen hebben gehaald, die in haar diepe slaap natuurlijk bijna vergeten was. Ja, ik was er klaar voor! Maar als ik na afloop weer naar huis rij ben ik blij dat ik die avond toch geen held ben geworden.
