Het theaterbezoek begint al thuis. Want natuurlijk moet tijdig het verhaal van de voorstelling worden verteld, want anders snappen de kleintjes er straks helemaal niets van (zelf inlezen dus!). Dat is een mooi klusje voor tijdens het ontbijt. Dan allemaal netjes aankleden. Maar let op: wel gemakkelijke en vooral niet te warme kleding. Want van de opwinding hebben ze het al snel heet. Ook belangrijk: zorgen dat ze nog wat gegeten hebben. Want de voorstelling duurt lang en een hongerjengel halverwege kan de boel danig verknallen.
Dan, eenmaal in het theater, zo’n rode stoelverhoger te pakken zien te krijgen bij de garderobe. Maar die geven ze alleen mee als je daadwerkelijk met je kind komt en ze met eigen ogen kunnen zien dat het inderdaad een kleintje betreft (echt waar!). En dan sta je daar natuurlijk net zonder kind, want dochterlief is inmiddels plassen (wel heel belangrijk!).
Dus later voor een tweede keer terug naar die garderobe, en dan maar hopen dat de stoelverhogers niet al op zijn. Ondertussen de kleine goed in de gaten blijven houden, want van de opwinding gaan ze vaak rennen en dan raak je ze zomaar kwijt. Dan gaat de gong. Nu de zaal in, en je plekje zoeken. En als je net denkt dat iedereen het podium wel redelijk kan zien, gaat er een meneer van twee meter pal voor je zitten. Snel verzitten! Dan wordt het donker in de zaal.
Gelukkig, er zijn meer kinderen gekomen, want tijdens de ouverture is het een geroezemoes van jewelste.
Maar wie denkt dat de ouders even rust krijgen als de voorstelling eenmaal begonnen is, die vergist zich. Het echte werk begint nu pas! Want wat doe je als professionele ouder met het onvermijdelijke gewip op de stoelen, met het kinderlijfje dat zin krijgt om mee te dansen, met de armpjes die weldra net als de dirigent in de lucht zwaaien, en met een stortvloed van vragen (“papa wie is nou de prinses”), en die akelige meneer voor je heeft na tien minuten al twee keer vermanend omgekeken….
Vandaag was ik zelf zo’n professionele ouder, met mijn vier kinderen bij The Sleeping Beauty. En ook al hebben ze zich volgens mij voorbeeldig gedragen, toch is het niet geheel uitgesloten dat vandaag iemand zich heeft gestoord aan een van mijn kinderen. Want er zijn mensen die zich opwinden over ouders die kinderen meenemen naar een balletvoorstelling. Iets waar je in stilte naar moet kunnen luisteren en geconcentreerd naar moet kunnen kijken.
Zo iemand zou ik willen vertellen over mijn eerste theaterbezoek.
Het is midden jaren zeventig. Iemand had kennelijk kaartjes over. En daar ging ik, als klein menneke, met mijn moeder in de bus naar Het Brabants Orkest. Ik zie ze nog zitten, daar op het podium van het in mijn herinnering enorme Casino (want zo heette de schouwburg in Den Bosch vroeger). Ze speelden de Bolero. En ik wist niet wat me overkwam. Nog weken draaide ik op een aftandse pick-up de klassieke platen uit de “Best Off Classics” van Readers Digest, waarvan ik tot dan toe niet eens wist dat we ze hadden. Erg lang duurde mijn verliefdheid niet. Weldra namen Top Pop en Hilversum 3 mijn muzikale opvoeding weer over. Totdat ik later, vele jaren later, ineens en volstrekt onaangekondigd de klassieke muziek (her)ontdekte. En zo werd ik, weer vele jaren later, orkestdirecteur. De rest is geschiedenis.
Ik moest er vanmiddag aan denken, terwijl mijn dochter naast me stond te springen. Op die regenachtige middag bij Het Brabants Orkest moet er een zaadje in mij geplant zijn, een zaadje dat pas vele jaren later ontkiemd is en tot volle bloei is gekomen. Wat had mijn leven er anders uitgezien als ik die middag gewoon was gaan voetballen in plaats van naar de Bolero was gaan luisteren.
Ik vind het een geweldige kerstgedachte: dat er vanmiddag op Tweede Kerstdag weer veel kleine zaadjes zijn geplant. Zaadjes die later op de een of andere manier tot bloei zullen komen. Schoonheid, esthetiek, harmonie en zuiverheid is er gezaaid, en daar kan de wereld niet genoeg van hebben.
