Ik hoorde oud-danseres Alexandra Radius op de radio in een ondervraging door Clairy Polak, onze soliste Anu Viheriäranta werd geïnterviewd in Het Parool en Ted Brandsen werd bij de voorpremière in De Balie uitgehoord naar aanleiding van de film. Algemene vraag: Is het echt zo? Nee, dat is het niet. Want de film geeft een nogal overdreven beeld van de werkelijkheid. Datzelfde geluid klinkt ook elders in de internationale balletwereld over deze film. Teveel clichés, teveel effectbejag. Er is verontwaardiging. Ballet verdient een eerlijk portret, want het is niet een gesloten hogedrukpan waarin gestoorde anorexiepatiënten elkaar naar het leven staan en zichzelf tot bloedens toe uitwonen onder leiding van een even excentrieke als tirannieke choreograaf-directeur.

Toch is het juist de rauwe, harde kant van het balletvak die veel buitenstaanders aantrekt. Toen Het Nationale Ballet bij zijn 40-jarige jubileum een opdracht gaf aan fotografe Dana Lixenberg met het verzoek om het gezelschap een tijd te volgen, was het resultaat een boek gettield Offstage, met alleen maar foto’s van uitgeputte dansers met holle ogen. Geen enkel lachend gezicht, niets van de extase van een geslaagde voorstelling, nergens een greintje plezier te vinden. Een hel op aarde, zou je denken.

Dat beeld staat in schril contrast met het andere imago-probleempje waar de kunstvorm ballet mee te maken heeft, namelijk dat ze vaak wordt geassocieerd met het poezelige, roze droomwereldje van tienjarige meisjes. Poezie-albums, roze balletschoentjes, sprookjesverhalen – dat soort dingen. ‘Ballet, dat is niet voor mannen’. Ik heb het nogal veel beslissers uit het bedrijfsleven zien denken als ik bij ze aan tafel zat om over sponsoring te praten. Want echte mannen dragen geen maillots. Ballet is voor kleine meisjes. En dus iets tuttigs.

Ik ben daarom wel blij met die Black Swan en met alle controverse die de film met zich mee brengt. Niet alleen omdat het een aloude wijsheid is dat elk nieuws, zelfs slecht nieuws, welkom is. Maar ook omdat de film een mooie tegenhanger is van dit poezelige imago. Ja, natuurlijk is Black Swan enorm overdreven. Maar dat zijn de ontelbare Hollywoodfilms die spelen in de wereld van de topsport ook. En juist daarom zijn ze meestal heerlijk om naar te kijken. Het eindeloze trainen, het revalideren na een blessure, het verlies dat altijd op de loer ligt. En dan volgt, na alle opoffering, aan het einde van de film de beloning als de hoofdpersoon en underdog de beslissende score maakt en het onwaarschijnlijke kampioenschap binnenhaalt. De boodschap van de sportfilms is even simpel als hoopvol: iedere ‘loser’ kan overmorgen een winnaar zijn. Het zijn nu eenmaal altijd de twee kanten van de zelfde medaille die intrigeren.

Geen winst zonder verlies, geen succes zonder inspanning, geen dag zonder nacht. Tegengestelde maar onlosmakelijk aan elkaar verbonden krachten: het is zelfs letterlijk de thematiek van deze Black Swan. Het ‘witte’ meisje moet op zoek naar de zwarte kant in haarzelf. Hoe dat afloopt weet ik niet, want ik moet de film zelf nog gaan zien. Wat ik wel weet, is dat mijn vierjarige dochter zaterdag haar eerste balletles heeft gehad. In een roze pakje, met roze balletschoentjes zweefde ze door de zaal. Roze, heel erg roze.

< blog archief

Opties

  • delen