De hele avond staan mijn zintuigen op maximaal. Alle indrukken tezamen veroorzaken het gevoel waarmee ik na de première huiswaarts keer. En dat gevoel is meestal een goede indicatie voor de recensies die de dagen erna zullen volgen. Maar ook voor de kaartverkoop. Een goede première betekent veel positieve mond-op-mond reclame, en dus veel mensen die bedenken dat ze het niet willen missen. En daar moeten wij het van hebben, want abonnementen zijn in de dans altijd maar een klein deel van de kaartverkoop. Voor het A la Russe-programma dat gisteren zijn première beleefde, waren vandaag nog een paar duizend kaarten te koop. In een onbewaakt ogenblik kan ik daar wel eens van wakker liggen. Maar na die première van gisteravond weet ik: het komt goed. We gaan voor deze productie minstens onze doelstellingen halen. Want mijn premièregevoel liet zich samenvatten als: trots.
Serenade van Balanchine is al vaak in Amsterdam gedanst. Het is een van de standaardwerken van ons gezelschap. En als je dan van alle kanten hoort dat het zelden, misschien zelfs wel nooit, zo goed werd uitgevoerd als gisteravond dan wil dat wat zeggen. Nu is het natuurlijk wel de gewoonte dat collega’s uit de balletwereld de uitvoerenden na afloop ruimschoots complimenteren, terwijl ze het misschien wel afschuwelijk hebben gevonden. Het is nu eenmaal ‘not done’ om meteen na de voorstelling te zeggen wat je werkelijk denkt tegen degenen die net hun ziel en zaligheid hebben blootgegeven op het podium of die verantwoordelijk waren voor de creatie of het programma.
Vlak na de voorstelling zijn de artiesten op hun kwetsbaarst, en hun collega’s respecteren dat. Er is dan ook een heel vocabulaire waarmee je je felicitaties kunt overbrengen zonder je zelf tekort te doen en eigenlijk te liegen. Over iedere voorstelling is namelijk wel iets positiefs te bedenken. 'Goede energie', bijvoorbeeld (en er dan niet bij vertellen dat het jammer was dat die energie verkwist werd aan een matig stuk..). 'Een mooi muzikaal programma' (alleen jammer dat er niet strak werd gedanst…). 'Interessant partnerwerk' (maar het corps was nog ongelijk…). 'Ze hebben hard gewerkt en alles gegeven' (jammer dat het me niet overtuigde…), 'Goed gedanst' (maar het raakte me niet…).
Kortom, als er na een première complimenten worden uitgedeeld dan ben ik vooral op zoek naar wat er niet wordt gezegd. En of de complimenten komen van iemand die geen rechtstreekse relatie met ons heeft, geen belangen. Zoals die Engelse artiesten die op dit moment bij De Nederlandse Opera aan een productie werken en die gisteravond ook in de zaal bleken te zitten. Via via hoorde ik hun opinie over Serenade: 'Beter gedanst dan The Royal Ballet'. Kijk, daar kun je wat mee!
Leuk trouwens dat wij ook eens een keer een 'boe'-roeper hadden tijdens het slotapplaus. Ik kom wel bij premières van andere gezelschappen waar de 'boe'-roepers en de 'bravo'-schreeuwers een verbeten strijd uitvechten om de meeste decibels. Nieuwe kunst maakt nu eenmaal veel emoties los, moet ook een beetje schuren, wordt er dan gezegd. Maar schuren doet de Dnieper niet. De eenzame boe-roeper van gisteravond stond hoogstens model voor het feit dat niet iedereen de Dnieper gelijkelijk waardeerde. Smaken verschillen, en dat vind niemand erg.
Het was laat gisteravond, toen ik Het Muziektheater achter me liet. Een lange werkdag van 14 uur zat erop. Maar ik was niet vermoeid. Wel voldaan. En trots.
