Dan op weg naar het zaaltje waar die ochtend al vanaf tien uur de cultuurwoordvoerders uit de Kamer een bonte stoet vertegenwoordigers uit de cultuursector aan de tand voelen. Op aandringen van de oppositie had de commissie tot deze hoorzitting besloten, met als doel om beter zicht te krijgen op de gevolgen van de draconische bezuinigingen uit het regeerakkoord. Een voor een komen de verschillende sectoren aan bod. En voor het uur dat is ingeruimd voor dans ben ik uitgenodigd.
Maar eerst nog even snel naar het toilet. Controleren of mijn haar goed zit, en de stropdas rechtdoen. Ik ben inderdaad strak in het pak. Heb voor de gelegenheid zelfs mijn aluminium attachékoffer meegenomen. Zo zie ik eruit alsof ik net ben weggelopen uit een boardmeeting van Shell of iets dergelijks. Onder het motto: de culturele sector is al zo zakelijk als wat. In de zaal aangekomen is het gesprek met de vertegenwoordigers van de sector muziek nog in volle gang. Ik neem dus eerst even op de publieke tribune plaats, die wemelt van de bekenden. Andere directeuren, maar vooral mensen van sectorinstituten en adviesorganen. Die zitten er al een paar uur, en soms is dat ook te zien als de blackberry meer aandacht krijgt dan de sprekers. Maar wat wil je, echt spannend gaat het er ook niet aan toe. De uitgenodigde vertegenwoordigers krijgen elk drie minuten voor een ‘statement’ en daarna mogen de Kamerleden ombeurten twee vragen stellen. De statements zijn kritisch maar beleefd, en van een debat is geen sprake. Maar dat was ook de opzet niet; dit is een hoorzitting.
Met de vertegenwoordigers van de dans hadden we onze presentatie van tevoren goed afgestemd. Ieder zou twee aspecten van het dansbestel belichten, zoals: hoe staat het bestel er voor, kunnen de kaartprijzen nog omhoog in de dans, hoe gaan wij met talentontwikkeling om, hoe zit het met de regionale spreiding, wat is onze internationale positie. Heldere verhalen moesten het zijn, hadden we afgesproken, en we zouden ze met kracht presenteren. Geen klaagerij of verongelijktheid. Want we wilden een indruk achterlaten van een jonge en energieke sector – per slot van rekening zijn we in ons land pas na de Tweede Wereldoorlog een beetje serieus aan dans gaan doen - die internationaal aan de top staat en die met zijn aantrekkingskracht op jongeren een geweldige toekomst tegemoet kan gaan. Kan gaan, als niet alles straks om zeep wordt geholpen natuurlijk.
De vergadertafel is niet rond maar een grote halve maan. De Kamerleden zitten aan het ene uiteinde, wij aan het andere. Zo’n fysieke afstand lijkt me niet meteen bevorderlijk voor de spreekwoordelijke Nederlandse polderconsensus, maar kennelijk is het belangrijker dat door deze opstelling iedereen gefilmd kan worden vanuit een enkele camerapositie in de zaal. De hoorzitting was dan ook live te volgen op de website van de Kamer.
Ik vond de cultuurwoordvoerders alert en geïnteresseerd. Vergaderen is hun vak, dus dat ze al vier uur bezig waren was ze niet aan te zien. Behalve PVV-Kamerlid Bosma, die had kennelijk in de ochtend al snel bedacht dat hij iets anders te doen had dat veel belangrijker was. Voorspelbaar en typerend.
Wel geïnteresseerd waren ze dus, maar hun vragen waren toch een beetje ongevaarlijk. Veel aandacht was er voor de vooropleidingen: was de kwaliteit van afgestudeerde dansstudenten wel hoog genoeg, waren er niet teveel opleidingen? Ook in de andere sectoren was dat aan de orde gekomen, en hadden de vertegenwoordigers uit de cultuursector stevig uitgehaald naar het kunstvakonderwijs. Gretig ging de Commissie met dat thema aan de haal. Een mooie bliksemafleider immers, want het kunstvakonderwijs is onderwijsbeleid en dus een andere begroting. Maar gelukkig vroeg Tofik Dibi van Groen Links nog wel aan mijn collega Jet de Ranitz van het Nederlands Dans Theater wat nu eigenlijk de gevolgen zouden zijn als de bezuinigingen doorgaan. Als er inderdaad 25% vanaf gaat, antwoordde Jet, dan kunnen we beter ophouden want dan kunnen we onze internationale kwaliteit niet meer overeind houden. 'Het is natuurlijk jullie keuze. Maar heb dan wel de ballen om tegen ons te zeggen dat het niet meer hoeft'. De journalisten aan de perstafel keken geamuseerd op bij zulk onparlementaire taalgebruik. De ballen van Jet haalden dan ook het wedstrijdverslag dat de volgende dag in de kranten verscheen.
Van andere aanwezigen hoorden we dat de sector dans zich goed had neergezet. Dat is mooi. Maar heeft het wat opgeleverd? Zal er iets veranderen aan de opstelling van de VVD en het CDA, die zich op dit punt stevig in het PVV-pak hebben laten naaien? Ik koester weinig verwachtingen. Een middag als deze heeft ondanks de goede intenties toch iets van een rituele dans. Later zullen de Kamerleden ter eigen verdediging aanvoeren dat ze 'toch in ieder geval uitvoerig met de sector hebben gesproken'. Niemand zal ze nu meer kunnen verwijten dat ze zich niet in de materie verdiept hebben. En de sector zal in eigen kring opmerken 'dat ze de Cultuurwoordvoerders toch stevig op de gevolgen van hun plannen hebben gewezen'. Zo hebben alle partijen belang gehad bij de hoorzitting. Ik zelf trouwens ook. Want door uitgenodigd te zijn kon ik de Kamerleden die ik persoonlijk nog niet kende meteen ontmoeten. Dat is handig voor het lobbytraject dat nog gaat volgen. Want ik zal zeker terugkomen in de Kamer voor persoonlijke gesprekken. Om te peilen hoe het met hun ballen staat...
