In het gewone leven komt het regelmatig voor dat iemand 's ochtends opbelt dat hij of zij niet op het werk kan komen. Ziek. Het werk moet maar even blijven liggen. Maar in de podiumkunsten wordt vrijwel nooit een voorstelling afgelast wegens ziekte. Er moet kennelijk veel gebeuren wil het lichaam capituleren als er 1600 man een kaartje hebben gekocht om jou aan het werk te zien. Daarom wordt er bijvoorbeeld nooit een reserve-dirigent ingehuurd 'voor het geval dat' de echte maestro ziek zou worden. Dat wordt hij namelijk gewoon niet. Terwijl epidemieën met de regelmaat van de klok het hele land lamleggen, gaan de artiesten 's avonds gewoon weer het podium op.
Toch kan er natuurlijk een enkele keer toch wel wat gebeuren. Toen ik nog jong (en veelbelovend) was en werkte bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest kwam er op een goede dag een telefoontje uit het hotel van de dirigent. De maestro was onwel geworden. Een griepje, zo werd ons verteld. Wij vermoedden eerder dat er sprake was van een al te ruimhartige inname van spiritualiën, maar wat maakte het uit. Het was vier uur in de middag en voor het concert dat om 20.15 uur zou beginnen ontbrak nu een dirigent. Wat te doen? Normaliter zou de Artistiek Leider van het orkest in actie komen. Alleen, die was in het buitenland. En de Directeur? Die was op vakantie. Dus was het aan mij - de financiële jongen - en mijn collega van de marketing om de avond te redden.
Als een bezetene begonnen we alle Nederlandse dirigenten en impresario’s te bellen. Maar de meeste goede dirigenten zaten in het buitenland. En dat er een werk op het repertoire stond dat niemand ooit bleek te hebben gedirigeerd, hielp ook niet. Die paar jonge dirigenten die wel thuis waren durfden dan ook niet zonder enige voorbereiding voor dit toporkest te gaan staan. Nu falen zou hun carrière enorm kunnen schaden. Dus konden we niemand vinden.
Ondertussen tikte de klok, en nam de spanning toe. Zes uur. Waar moesten we in vredesnaam nog een dirigent vandaan halen die over twee uur de complete Egmont-muziek van Beethoven zou kunnen dirigeren? Maar een bevriende impresario had een inval. Een van de artiesten uit zijn stal, een ervaren Engelse dirigent, was toevallig aan het werk in Hilversum. En die zou dat stuk best eens een keer gedaan kunnen hebben. Maar eer de impresario zijn dirigent te pakken had gekregen in dit pre-mobiele tijdperk waren wij al honderd jaar ouder geworden van de spanning. Toch bleek dit het wachten waard, want ja, hij kende deze muziek en toevallig was dit zijn vrije avond. De dirigent sprong in Hilversum meteen in een taxi. Maar nu zat de file weer tegen. Pas om vijf over acht ving ik hem op bij de artiesteningang van De Doelen. Tien minuten later liep hij het podium op alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ik ben nog nooit zo opgelucht geweest.
De vervanging van Cédric afgelopen woensdag was een stuk eenvoudiger. Balletgezelschappen kennen immers het fenomeen van de meerdere casts. Ieder stuk wordt tegelijkertijd door meerdere bezettingen ingestudeerd, waarvan de meesten ook voorstellingen zullen dansen. Dus werd er afgelopen woensdag ‘gewoon’ het een en ander omgegooid, en danste een ander koppel de Tsjaikovsky Pas de Deux. Geen probleem. Gelukkig maar, want het toeval wilde dat onze Artistiek Directeur Ted Brandsen juist die avond in het buitenland zat...
