Hij heeft anderhalf uur, wil graag een rondleiding maar ook een gesprek, en omdat hij tijdens lunchtijd komt zou hij ook graag wat eten. Je zou haast de verleiding hebben om droge broodjes uit te serveren met een karig glaasje water onder het motto: wij zijn alvast aan het bezuinigen. Maar dat zou wat al te flauw zijn. Toch houden we het bij een eenvoudige doch voedzame broodmaaltijd.

De Staats blijkt een lange man en hij heeft kennelijk honger. Want terwijl Truze, Ted en ik voluit over onze instellingen vertellen verorbert hij met zichtbaar genoegen enkele broodjes. Ik herken dat: een lang lichaam heeft energie nodig. Zeker omdat er nog een stevige wandeling wacht door Het Muziektheater. Na een dik half uur gesprek gaan we het gebouw in, met een heel gevolg achter ons aan. Want behalve de staatssecretaris en de drie directeuren gaan er ook twee ambtenaren, een persvoorlichter van het ministerie, een journalist en een fotograaf mee op reis. Die journalist en fotograaf waren vooraf al aangekondigd. NRC Handelsblad was namelijk uitgekozen om de werkbezoeken van vandaag mee te maken. Kennelijk hadden de spindoctors van het ministerie bedacht dat het nodig was om aan de hele wereld te laten zien dat Halbe Zijlstra culturele instellingen bezoekt. Waarom ook niet, want dat levert een paar dagen later een mooi artikel op in de NRC met als kop 'Een ballet laat ik me niet ontzeggen'. (Zou deze quote later nog te gebruiken zijn in het kader van de bezuinigingen?) Er stond ook een fijne foto bij het artikel, drie kolommen breed, van een aandachtig kijkende staatssecretaris die een repetitie van Het Nationale Ballet bijwoont. Ik krijg later een mailtje van een collega van een andere instelling die de foto in de krant had zien staan. 'Dat hij met eigen ogen van zo dichtbij dansers aan het werk heeft gezien is meer waard dan allerlei lobby-acties. Laten we hopen dat hij nu ook een beetje verliefd is geworden op dans'.

Van verliefdheid (nog?) geen zichtbare sporen, maar wel van ontvankelijkheid en belangstelling. Ook Hans van Manen is in de studio, en Ted vertelt over het repetitieproces. Zoals Robby, het hoofd van de afdeling Kostuum, Kap & Grime eerder al met zoveel verve heeft uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij opera en ballet. We doen de kostuumateliers aan, Kap & Grime, de ververij, en dan door naar het toneel. Hugo neemt ons mee door het betonnen gebied en de Staats mag alles zien. Hij vindt het interessant, dat is wel duidelijk.

Ondertussen heb ik te doen met het gezelschap waar hij aansluitend naar toe moet. Want we lopen behoorlijk uit. Maar zolang de ambtenaren niet ingrijpen gaan wij vrolijk door met te bewijzen dat we een topbedrijf zijn. Gelukkig blijkt hij dat al te weten, want in het gesprek had hij gezegd 'dat ik vandaag bij twee van de topinstellingen van Nederland op bezoek ben. Daar hoeven we niet moeilijk over te doen'. Inderdaad, daar is niets moeilijks aan.

We zwaaien hem uit bij de artiesteningang, en hij belooft snel terug te komen om een voorstelling te bezoeken. We gaan het zien. Bij het weggaan fluistert de journalist dat hij ons morgen nog even gaat bellen om te horen hoe het gesprek was verlopen. Daar had hij namelijk niet bij mogen zijn. Ik steek hem mijn visitekaartje toe, en verwacht de volgende dag zijn telefoontje. Meteen begin ik te oefenen op formuleringen die in de krant kunnen. Dat het een plezierig gesprek was geweest. Dat Zijlstra oprecht geïnteresseerd was. Maar ook dat we hem hebben uitgelegd dat we al ontzettend veel aan ondernemerschap doen. Dat we hem hebben laten zien waarom onze kunstvormen nu eenmaal veel geld kosten.

En als de journalist dan zal vragen of we denken dat Halbe Zijlstra na dit werkbezoek zijn bezuinigingsplannen zal bijstellen, dan zal ik antwoorden met een even blijmoedig als zelfbewust: 'Dat kan haast niet anders!'. Maar de journalist belt niet meer. Misschien maar beter ook.

< blog archief

Opties

  • delen