Er is een foto bijgeplaatst van een blijmoedig kijkende Marcel Möring, maar het lachen zal hem snel zijn vergaan tijdens het lezen van wat Arie Storm namens Het Parool van zijn nieuwste roman vindt. “Eigenlijk geloof je je ogen niet als je een roman van hem leest”, weet Storm. “Met een dergelijke schijndiepzinnigheid schrijven amateurs”. Er is volgens Storm sprake van “lelijk, en voortdurend ook zeer clichématig” taalgebruik in een “verschrikkelijke stijl”, en van een “onthutsend” en “ontzettend saai” verhaal. Storm illustreert zijn polemiek met een reeks van voorbeelden van, in zijn ogen, “poeha”, “koketterie”, “personages uitsluitend bedacht om zijn (MM, red) briljantheid te onderstrepen”. En zo gaat het maar door. Nadat er van de roman al niets meer over is gebleven heeft Storm nog een uitsmijter in petto. “Als je zo met kinderen in een roman omgaat, ben je denk ik niet alleen een slecht schrijver, maar ook een slecht mens”. Het staat er echt.

Ik ken Arie Storm niet (gelukkig!). En ik moet bekennen dat ik ook nog nooit een boek van Marcel Möring heb gelezen. Misschien hebben we het hier inderdaad over de slechtste schrijver van ons land. Maar de karaktermoord die hier namens Het Parool op deze auteur wordt gepleegd is zo agressief, persoonlijk en zo kwetsend dat het haast niet anders kan of Möring moet er met de partner van Storm vandoor zijn gegaan, of hem op de een of andere wijze ondragelijk leed hebben aangedaan. De arme Arie moet geen enkele andere uitweg hebben gezien dan zijn zoete wraak te delen met de Parool-lezers. En de chef van de kunstredactie moet wel zoveel medeleven hebben gehad met zijn collega, dat hij zo’n totaal onprofessionele en in alle opzichten ongeloofwaardige recensie voor één keer heeft laten passeren.

Was het maar waar.

Recensenten kunnen schrijven wat ze willen. Het zijn immers geen journalisten, van wie een zekere objectiviteit verwacht mag worden. De recensent wordt juist betaald (slecht betaald, dat wel) om zijn mening te geven. En wie kan beoordelen of die mening een beetje klopt? De chef-Kunst was zelf niet bij de voorstelling dus hij kan dat gewoon niet weten. Bovendien: wat de een goed vindt, vindt de ander slecht. Dus dat een recensie verontwaardiging oproept wil niets zeggen. “In het publiek zijn er toch ook boe-roepers en bravo-juichers?” De onderwerpen waar de recensent zijn brood mee verdient – de acteur, de danser, de schrijver, de choreograaf- kunnen zich moeilijk verweren als hen onrecht wordt aangedaan. Arie Storm heeft zijn krant ter beschikking om er flink in tekeer te gaan, maar welk podium heeft Marcel Möring om op zijn beurt Arie Storm te ontmaskeren? En trouwens, hoeveel mensen nemen een kunstenaar serieus die over zijn eigen werk beweert dat de krant er naast zat? De meeste artiesten kijken bovendien wel uit om de recensent eens flink de waarheid te zeggen. Want dan kun je wel voorspellen hoe diens volgende artikeltje eruit gaat zien.

En dus kan de recensent ongecorrigeerd zijn eigen gang gaan. Ze zijn gelukkig vrijwel zonder uitzondering zeer ter zake kundig, en bereiden zich vaak intensief op hun taak voor. Ook gaan de meesten integer te werk, met respect voor de mensen wiens werk ze beoordelen. Zijn ze over een voorstelling minder enthousiast of ronduit kritisch, dan verbloemen ze dat niet. Maar ze zoeken ook altijd naar positieve punten en vermijden onnodig cynisme of persoonlijk getinte negativiteit. Helaas echter zijn er ook een paar van het type Arie Storm.

In de dans komen we die ook tegen. Over wie ik het dan heb? Ik zou hier graag namen en rugnummers noemen. Eens even stevig uitpakken in mijn oordeel. Wat zou dat heerlijk zijn. Alle frustratie over jarenlange cynische stukjes, steken onder water en vooringenomen negativisme eruit schrijven. Maar ik kijk wel uit. Want de recensent heeft de macht. Die kan je stelselmatig afbreken, en het “type-Arie Storm” zal niet aarzelen om dat te doen. Niemand die hier corrigerend optreedt. En ook al wordt morgen in de krant de vis verpakt, toch weet iedereen dat slechte recensies invloed hebben op de beeldvorming en zelfs op de kaartverkoop. Zeker als een recensent stelselmatig alle Nederlandse dans met hetzelfde vitriool benadert. Daardoor ontstaat er bij de krantenlezer vanzelf het beeld dat er in dit land geen dans is van internationale topkwaliteit. En dat is het meest bizarre: dat de Arie Storm’s van deze wereld niet in de gaten hebben dat ze meehelpen om datgene af te breken waarvan ze denken dat ze met hun kwaliteitsoordelen juist de bewakers zijn: goede kunst.

< blog archief

Opties

  • delen