Sir Peter Wright is gekomen, de legendarisch Engelse choreograaf met wie Het Nationale Ballet zo’n bijzondere band heeft. Wayne Eagling is er natuurlijk, de vorige artistiek directeur die inmiddels hier in Londen het English National Ballet leidt. Ze zitten op de eerste rij naast Hans van Manen. De Meester heeft er vertrouwen in. Althans, dan zegt hij. Maar 's middags heeft hij de boel nog even stevig op scherp moeten zetten bij de generale repetitie. Dat was echt nodig, al was het maar omdat het de eerste keer is dat we met het Engelse orkest een doorloop kunnen doen. Ik vraag aan Rachel of het niet een risico is dat een ontevreden choreograaf tijdens de generale de dansers zo onder spanning zet, dat ze tijdens de voorstelling verkrampen. “Het komt vanavond goed”, verzekert ze me. “Dat gaat altijd zo”. Rachel kan het weten.
Of de première-bezetting op kon gaan was trouwens nog de hele dag onzeker. Want de visa voor enkele dansers waren niet afgekomen. Het trotste Britse Koninkrijk heeft de visaverstrekking geprivatiseerd. En nu zijn we van een incompetent bedrijfje in Düsseldorf afhankelijk. De visa van Maia en Larissa verdwalen kennelijk ergens in het systeem. Want niemand kan vertellen waar ze zijn en wanneer ze binnenkomen. Na vier weken en tweehonderd telefoontjes zijn ze er nog niet. Dus vertrekt het gezelschap op woensdag noodgedwongen zonder de twee solisten die donderdag de première zouden moeten dansen. Er worden vluchten in optie genomen voor het geval dat de visa toch nog donderdagochtend bij Het Muziektheater worden afgeleverd. Andere dansers worden erop voorbereid dat ze opmoeten. Iedereen is dan ook opgelucht als Maia en Larissa donderdag alsnog de lucht in kunnen. Maar als Larissa na meer dan een uur nog niet door de douane op Heathrow is, stijgt de spanning weer. Haar vierde telefoontje aan Ted stelt eindelijk gerust: “I am through”. Ze komt om kwart over zes in het theater aan. Om half acht voorstelling!
Sir Peter schreeuwt om het hardste bravo. De schorre stem van de oude man wordt ruim overklast door het gejuich dat uit de zaal opklinkt. Langdurig en volumineus bedankt Londen haar Nederlandse gasten voor een bijzondere gebeurtenis. Als Hans van Manen het podium betreedt zwelt het gejuich nog verder aan. We beseffen allemaal weer wat we in Nederland soms bijna te vanzelfsprekend lijken te vinden: we hebben een unieke man in ons midden.
"In lange tijd niet zo genoten", zegt de vrouw van de ambassadeur nog eens. Het is gezellig tijdens de afterparty en het sympathieke en informele team van de ambassade draagt daar in niet geringe mate aan bij. Net als de drankjes en een heus buffet. "En waar blijft die blonde jongen nou? Die willen we wel eens van dichtbij zien!", vragen ze, als Matthew Golding nog even op zich laat wachten. Zodra hij arriveert gaan ze snel met hem op de foto.
Hans staat even later in zijn eentje buiten voor het theater. Hij gaat terug naar het hotel. We hebben aangeboden om een taxi voor hem te regelen. Maar dat wimpelt hij resoluut af. "Ik hou gewoon een taxi aan", zegt hij. Alsof hij dat niet zelf zou kunnen, hoor je hem denken. En daar gaat hij. In zijn eentje de Londense nacht in. Een groot kunstenaar, een uitzonderlijk getalenteerde artiest. En toch ook vanavond uiteindelijk weer gewoon Hans.
< blog archief