Ik liet op het kostuumatelier aan de zakenmannen al die prachtige kostuums zien. Ze waren er meteen erg van onder de indruk. Zoveel versieringen, zoveel details. En alles op maat gemaakt voor de danser of de zanger die erin moet optreden. Nu begrepen ze opeens waarom het een paar centen kost om een ballet-je op de planken te brengen. Een van die sponsoren vroeg zich natuurlijk af waar ik straks zíjn geld aan zou besteden, en stelde me de vraag of al die details en fijnzinnigheden wel nodig zijn. Het publiek zit per slot van rekening vele tientallen meters van het podium verwijderd, er staat heel veel licht op, en de kostuums worden gedragen terwijl de dansers zich in allerlei poses en bewegingen moeten wringen. Dus wat zie je nu eigenlijk echt van al dat maatwerk en al die versieringen? Konden we niet veel beter overstappen op eenvoudigere en dus goedkopere kostuums? Geen domme vraag. Waarop ik in een aanval van enorme diepzinnigheid antwoordde: “Je ziet het pas, als het er niet is”.

Want, laat je dansers en zangers opgaan in goedkope stoffen, in kostuums die slecht zitten door de pasvorm, in afgedragen pakjes, zonder detaillering en afwerking, dán valt het meteen op. Dan detoneert het, irriteert het. Dan haalt het de kwaliteit van de hele voorstelling naar beneden.

“Je ziet het pas, als het er niet is”. Het zou een uitspraak kunnen zijn van een van de belangrijkste filosofen van ons land, Johan Cruijff. Maar dat is dus niet zo, hij is van mij (dat u het weet).
Deze diepzinnigheid stond, weliswaar in andere bewoordingen, aan de wieg van de Meesteropleiding Coupeur, die afgelopen donderdag officieel werd geopend. We zijn namelijk bij Het Muziektheater steeds meer in gaan zien wát er niet genoeg meer was, namelijk het echte, pure, ambachtelijke werk van en coupeur. Het begon langzaam maar gaandeweg steeds meer op te vallen dat sollicitanten voor de kostuumateliers van de opera en het ballet niet meer over de juiste vaardigheden en kennis beschikken. Dat de opleidingen in ons land niet meer aansluiten op de vraag uit de praktijk, althans uit de kwaliteitspraktijk. En toen we echt goed gingen kijken, ook bij de mode en de confectie, zagen we het pas echt: het coupeursvak sterft uit.

Misschien geldt eenzelfde verzuchting wel voor enig ander ambacht. Door een samenleving die steeds vluchtiger van karakter wordt en daardoor oppervlakkiger, is het ambacht steeds verder naar de achtergrond gedrongen. “Iets met je handen doen” is sowieso niet ‘cool’. Laat staan iets met die handen net zo lang blijven doen en net zo ver daarin gaan tot je er steengoed in wordt. Ambacht vereist de 10.000-uren regel, die in de sport en in de podiumkunsten zo bekend is. Om ergens echt goed in te worden, om echt routine te krijgen, moet je er tenminste 10.000 uren aan besteed hebben. En dat zit er in het huidige beroepsonderwijs simpelweg niet meer in.

Het is oktober 2008 als dit probleem door Het Muziektheater Amsterdam wordt opgemerkt in de zogeheten Sectorscan Creatieve industrie die de gemeente als onderdeel van het project Topstad laat uitvoeren. En daarmee is een balletje gaan rollen. In april 2009 stelt de gemeente een projectleider aan en al snel wordt bedacht dat er een specifieke opleiding moet komen die wél in staat is om coupeurs op het hoogste niveau af te leveren. Een samenwerkingsverband van de theatersector, de modebranche en de confectie-industrie wordt gesmeed, een verbond dat garant moet staan voor een echte topopleiding. Maar eerst moet alles nog ontworpen worden. Een curriculum bijvoorbeeld, en een businessplan. Er moet een bestuur komen, financiering is nodig, over huisvesting moet worden nagedacht, enzovoort enzovoort. En het is gelukt, mede dankzij de inzet van allerlei collega’s van Het Muziektheater Amsterdam. Vanaf niets is er in twee jaar een opleiding uit de grond gestampt, gehuisvest in een prachtig oud schoolgebouw in De Baarsjes. De eerste studenten gaan na de zomer beginnen.

Het heeft er af en toe nog wel om gespannen of het allemaal wel zou lukken. Dit initiatief had namelijk net zo gemakkelijk tussen de wal en het schip weer in de vergetelheid kunnen raken. Het is namelijk geen echte school en krijgt geen gewone onderwijsfinanciering. En het is ook geen traditioneel leerwerkbedrijf. Het is dus tamelijk uniek in zijn soort en, hopelijk, straks ook tamelijk uniek in zijn prestaties.

“Je gaat het pas zien, als het er niet is”, dat klinkt heel diepzinnig. Vind ik althans zelf. Maar in relatie tot de Meesteropleiding Coupeur zou je ook een andere spreuk kunnen bedenken: “Je gaat het pas zien, omdat het er is”. Want de Meesteropleiding die er nu is, gaat iedereen laten zien dat dit de weg is die we moeten gaan om het ambacht in ons land weer in ere te herstellen. Om het talent van jonge en gemotiveerde mensen te kunnen honoreren en niet te verkwisten. Om vakmanschap weer de waardering te geven die het verdient.

< blog archief

Opties

  • delen