Nog een paar dagen. En dan maakt staatssecretaris Zijlstra van Cultuur bekend hoe hij de bezuinigingen op de rijkssubsidie voor cultuur wil invullen. Op vrijdagmiddag 10 juni komt zijn brief. En daarna zal de wereld nooit meer hetzelfde zijn.

Als we de wandelgangen mogen geloven dan zal Zijlstra de grote topinstellingen zoveel mogelijk sparen. Het Nationale Ballet, De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest - de boegbeelden van het Nederlandse culturele leven zouden de dans relatief ontspringen. “We vegen de trap van onderaf schoon”, zo zou een kamerlid gezegd hebben. Ik ben natuurlijk blij als de schade voor ons mee gaat vallen. Maar dat er van die onderkant van de sector na het “schoonvegen” weinig tot niets meer zal overblijven stemt intens verdrietig.

Al die kleine en middelgrote instellingen zullen de messen slijpen. Reken maar dat ze zich zullen verzetten. En niet alleen verbaal. Nu al klinkt steeds vaker de roep om “echte aktie”. De theaters een weekend dichtgooien, bijvoorbeeld. “Dan zullen de mensen ervaren wat het gaat betekenen als die bezuinigingen doorgaan”. Of na de pauze niet verder spelen. Maar dat soort acties lijken me nu precies in het straatje van Wilders en de zijnen. Dus zullen er radicalere voorstellen gaan komen. “Met z’n allen een kruispunt of een ministerie bezetten” heb ik al semi-serieus horen suggereren tijdens een vergadering in het land.

Een bezetting. Dat woord deed me denken aan mijn eigen “aksie-verleden”. Want ook ik deed ooit mee aan een bezetting. Het is midden jaren tachtig. Wij studenten pikten het niet langer! Wat we niet langer pikten ben ik eerlijk gezegd alweer vergeten, Maar wat ik nog wel heel goed weet is hoe opgewonden en euforisch ik die nacht in de hal van de universtiteit in mijn slaapzakje lag. Het gebouw was van ons! Wat een saamhorigheid, wat een sfeer! We hadden het initiatief naar ons toegetrokken. Nu zouden de autoriteiten wel tot een gesprek bereid moeten zijn! Totdat de volgende ochtend de bestuurssecretaris helemaal in zijn eentje met een simpele betonschaar een ketting doorknipte en zo de “bezetting” beëindigde. Hij had ons kennelijk nog een nachtje gegund, maar nu was het mooi geweest. Wat een afgang. De euforie verdween definitief toen enkele mede-activisten voorstelden om uit wraak dan maar het computercentrum van de universiteit onder water te gaan zetten. Al snel werd het grimmig en destructief. Teleurgesteld over zoveel dommigheid droop ik af. “Aktie, harde aktie!” is niets voor mij. Het voelt wel even lekker, zo met z’n allen, maar het levert nauwelijks iets op en loopt meestal uit de hand.

Maar toch zou ik het wel kunnen begrijpen als over een paar weken de getroffen kunstenaars uit wanhoop een kruispunt of een ministerie bezetten, samen met al die secretaresses, marketingmedewerkers en boekhouders die ook op straat komen te staan als zoveel culturele instellingen gesloten worden. Ze hebben niets meer te verliezen. Ze moeten toch wát. Liever strijdend ten onder, dan zwijgend naar het hakblok. Er komen dus ongetwijfeld nog een hoop akties, protestconcerten en bezettingen.

De initiatiefnemers van zulke acties, zij die vechten voor hun leven, zullen straks aan degenen die er wél goed vanaf gekomen zijn gaan vragen om mee te doen. We moeten toch solidair zijn in de strijd? Ze zullen op steeds hogere toon van de overlevers verlangen dat ze opkomen voor de slachtoffers. Dat ze bereid moeten zijn om de ter dood veroordeelden in leven te houden. Het antwoord van de overlevers zal ze teleurstellen. Dus zullen ze publiekelijk gaan verklaren dat de overlevers geld genoeg hebben, of – als het inderdaad om de grote instellingen zou gaan - zelfs teveel. Die groten zijn zo rijk, die kunnen wel wat missen. Topkwaliteit is nu eenmaal duur, zullen die antwoorden. Maar daar zullen al die kleine instellingen die het loodje gaan leggen straks niets van willen horen. Hun woede, die eerst nog voor “de politiek” was bestemd, zal zich steeds meer gaan richten op de instellingen die deze kaalslag overleven. Maar laten we eerlijk zijn, wat kunnen die nu eigenlijk helemaal? Hun eigen mensen op straat gaan zetten zodat bij een ander minder ontslagen hoeven te vallen? Nee. Dat kun je, dat mag je niet van een ander vragen.

Ik hoop natuurlijk dat Het Nationale Ballet niet in de hoek zit waar de klappen vallen. Opgelucht zal ik ademhalen, en misschien zelfs wel juichen, als waar blijkt te zijn wat nu in de wandelgangen rondzingt. Maar daarna zal ik me meteen generen over mijn vreugde. Want de ellende die elders in de culturele sector wordt uitgestort is ongekend groot en vernietigend. Daar worden levens en levenswerken kapot gemaakt. Konden we maar met een figuurlijke betonschaar de bezetting van ons culturele leven opheffen, en dit gedoogkabinet laten afdruipen. Maar het zit er niet in.

Dus zullen we er het beste van moeten maken. Uithuilen en weer doorgaan. Zo snel mogelijk weer gaan werken aan wat ons sterker maakt. Onder ogen zien hoe het komt dat de Kunsten zo te grazen zijn genomen. Erkennen waar we zelf tekort zijn geschoten. Aan de slag met wat er beter kan. Nog dieper die maatschappij in, nog meer mensen inspireren, nog meer talenten ontdekken, nog meer creativiteit toevoegen. Degenen die na 10 juni overblijven hebben een morele plicht om het beter te doen dan ze het tot dan toe deden. Want kennelijk was het niet genoeg om een slachting te voorkomen. Dat mag geen tweede keer gebeuren. Aktie, dus. Harde aktie!

< blog archief

Opties

  • delen