“Aangezien zich vanavond 31 insprekers hebben aangemeld, is deze vergadering pas om twee uur vannacht afgelopen”, zegt de voorzitter van de Commissievergadering van de Amsterdamse gemeenteraad. Ik schrik; het is pas half acht – dus zouden we hier nog zes uur moeten zitten? “Maar we kunnen ook besluiten om vanavond alleen de insprekers te horen en dan morgenavond de Hoofdlijnennota van wethouder Gehrels te behandelen”.

Ik haal opgelucht adem als de Commissie besluit om niet tot twee uur in de nacht door te gaan. Maar elk voordeel heeft een nadeel: nu moet ik morgenavond terugkomen. Want voor die insprekers ben ik niet gekomen; ik kwam om te horen wat de verschillende woordvoerders Cultuur van de fracties te berde brengen over de cultuurplannen van het gemeentebestuur. Daar hangt immers onze toekomst van af. Want ook Amsterdam is van plan stevig te bezuinigen op Cultuur.

Ik dacht trouwens eerst dat de voorzitter een grapje maakte. Maar kennelijk zijn onze gemeenteraadsleden het wel gewend dat ze tot in de nachtelijke uren moeten doorvergaderen. Van Joop Den Uyl was bekend dat hij in onderhandelingen expres net zo lang doorging totdat zijn opponenten, door slaap verzwakt, rijp waren voor de sloop; Joop zelf had namelijk weinig slaap nodig. Maar dat ook onze stedelijke volksvertegenwoordigers ervaren vergadertijgers zijn, bewijzen ze door met grote blijmoedigheid alle insprekers aan te horen en vragen te stellen.

Inspreken is een sympathieke kans: elke Amsterdammer kan zijn verhaal doen. Ook al is het maar voor drie minuten: iedere burger wordt gehoord. Enkele culturele instellingen hebben van dat recht ruimhartig gebruik gemaakt. Ze hebben namelijk een groot aantal sprekers opgetrommeld dat in steeds andere woorden het belang van die ene instelling bezingt. Dat gaat vervelen en na verloop zelfs irriteren. “Eigenlijk zijn in deze fase de individuele instellingen niet aan de orde”, brengt een gemeenteraadslid nog in, “want het gaat over een Hoofdlijnennota”. Maar de regels zijn duidelijk: iedereen die zich heeft aangemeld krijgt het woord. Zo wordt het toch nog middernacht.

Zelf heb ik een paar dagen eerder getwijfeld of wij ook zouden moeten inspreken. Wat is het meest effectief? Sommige instellingen zochten bijvoorbeeld meteen en in niet mis te verstane bewoordingen de pers toen de plannen van Gehrels bekend werden gemaakt. Wij kozen er juist voor om dat niet te doen. Beïnvloeding gaat soms beter met stille diplomatie. Het is bovendien niet gunstig voor bijvoorbeeld sponsorwervers als potentiële sponsors in de krant lezen dat je in de hoek zit waar de klappen vallen. Ik besloot, in overeenstemming met die lijn, niet in te spreken maar persoonlijk contact te zoeken met de cultuurwoordvoerders van de belangrijkste fracties. Ik ben benieuwd of ik daar in het debat iets van terug hoor.

De volgende avond zitten diezelfde cultuurwoordvoerders en de wethouder weer monter gereed in de Boekmanzaal. Het is leuk erbij te mogen zijn. Politiek is een vak en hier zitten mensen die van dit vak houden. Zoals de voorzitter, die er zichtbaar van geniet dat hij vanavond de baas is. Of de oppositieleider, die geen kans onbenut laat om de coalitiefracties op een stijlvolle wijze te jennen. Leuk om te zien. Maar minder leuk is het dat geen enkele partij zich hard wil maken voor een verlaging van de bezuiniging op de grote instellingen. Er komen wel enkele andere nuanceringen of aanpassingen, maar de Hoofdlijnennota zal volgende week behoorlijk ongeschonden door de gemeenteraad worden vastgesteld. En dus hangt ons, net als de twaalf andere grote instellingen, een korting van gemiddeld 12% boven het hoofd. Hoeveel het precies wordt, hangt mede af van de Amsterdamse Kunstraad. Die brengt in het voorjaar advies uit over de hoogte van onze subsidie, en van alle andere Amsterdamse instellingen. Een ding is zeker: dat zijn er héél veel. Dus alvast een adviesje aan de Commissie Cultuur: trek voor dat inspreken maar vast een hele week uit.

< blog archief

Opties

  • delen