“Natuurlijk kreeg ik van mijn hoofdredacteur geld toegewezen om voor Present/s naar Amsterdam af te reizen. Negen wereldpremières in twee dagen, dat is heel bijzonder!” De journaliste van de Frankfurter Allgemeine Zeitung verheugt zich op de voorstellingen. Haar collega van de Süddeutsche Zeitung suggereert, even enthousiast, dat we ons bij het Guinness Books of Records moeten aanmelden. “Wat jullie doen is nog nooit gedaan!” Ook zij is selbstverständlich naar Amsterdam gekomen om over Present/s te schrijven. Net als er recensies zullen verschijnen in de New York Times en de Financial Times. Maar – hé, dat is gek – niet in NRC Handelsblad.
Waarom doen internationale kwaliteitskranten wel verslag van Present/s, maar lezen we in ‘onze eigen’ NRC geen recensie? De dansrecensente van die krant verontschuldigt zich. Ze kreeg van haar hoofdredacteur de keus: een voorbeschouwing òf een recensie. Ze koos voor dat eerste, ook al had ze dat zelf liever anders gezien. Maar waarom was er in NRC Handelsblad voor het bezoek van de New York Philharmonic in dezelfde week dan wél plaats voor een grote voorbeschouwing met twee foto’s én een serieuze recensie? Trouwens: als het Koninklijk Concertgebouworkest een enkele wereldpremière op het repertoire neemt is een interview met de componist vooraf en een recensie achteraf opgelegd pandoer. Wat zou de krant doen als het orkest twee wereldpremières zou programmeren, of drie, of vier? Dat zou – terecht! – als een ongekende en nog nooit vertoonde sensatie worden bejubeld. Het Nationale Ballet presenteerde maar liefst negen nieuwe werken. En ook niet van de kleinste jongens in de dans. Het zal toch wel iets betekenen dat niet alleen internationale pers maar ook directeuren van onder meer het Moskouse Bolsjoi en La Scala uit Milaan dit evenement bijwonen?
Het is niet de eerste keer dat de Nederlandse kwaliteitspers zulke keuzes maakt. Dat zou weleens kunnen komen doordat de muziekjournalisten van de meeste landelijke kranten in vaste dienst zijn, terwijl voor het beschrijven van dans wordt 'teruggevallen' op diensten van freelancers. En die worden per woord betaald. Des te kleiner dus de stukjes, des te goedkoper. Dat is makkelijk bezuinigen. Het echte probleem is niet eens dat er te weinig geld is. Het gaat om waar je het aan uitgeeft. Keuzes maken dus. En dan kun je moeilijk anders concluderen dan dat dans in Nederland nog altijd minder serieus wordt genomen dan muziek.
Dat is in Hilversum trouwens net zo. Uit de mediagelden wordt een heel Muziekcentrum voor de Omroep opgetrokken inclusief orkesten en een groot koor. Allerlei omroepen nemen daarnaast ook nog concerten van andere orkesten op, er is zelfs een radiozender speciaal voor klassieke muziek en operavoorstellingen worden door Hilversum standaard voor TV als voor radio geregistreerd. Alles bij elkaar praten we over miljoenen euro’s per jaar. Alleen voor opnames van dans is nauwelijks budget beschikbaar. Ook hier verontschuldigingen van de dansredacteuren. Ze zeggen er niets aan te kunnen doen. Het systeem in Hilversum zit nu eenmaal zo in elkaar.
Dat ligt niet aan de kijkcijfers. De vergelijking van recente kijkcijfers voor klassiek ballet met die voor opera of klassieke muziek geeft geen enkele aanleiding voor het verschil in behandeling. Integendeel. En de achterstelling van dans ligt ook niet aan het publieksbereik. Het is niet voor niets dat uit objectief onderzoek blijkt dat –nota bene ondanks de achterstelling in de media- de spontane naamsbekendheid van Het Nationale Ballet veel hoger is dan van de meeste collega-instellingen in de podiumkunsten. Ik wil maar zeggen, er zijn feiten genoeg die een grotere aandacht voor dans en ballet rechtvaardigen. Maar kennelijk doen die niet ter zake.
De dansrecensenten kunnen er weinig aan doen. Ze willen wel schrijven, maar ze krijgen van hun chefs de ruimte niet. Vanuit hun perspectief is het dus wel te begrijpen dat ze het dom van ons vinden dat we Present/s hebben gepland in dezelfde periode als het Holland Dance Festival. “Kunnen jullie die planning voortaan niet op elkaar afstemmen?” Welbeschouwd is dat natuurlijk onzin. Alsof de Volkskrant de minister-president vraagt om zijn persconferentie uit te stellen, louter omdat er ook al zoveel nieuws is over het gedoe in de PvdA-fractie. En kan de NS voortaan niet even wachten met die ijspegels in de wissels totdat het Elfstedennieuws weer geluwd is?
Ondertussen verandert het medialandschep in rap tempo. Kranten verliezen ieder jaar weer meer terrein, nieuwe modellen voor televisie zien het licht en internet neemt in hoog tempo de rol van informatieverstrekker over. We zijn dus steeds minder afhankelijk van deze ‘oude’ media. Het is dus een kwestie van tijd totdat de chefs van de kunstredacties een keertje hebben ingezien dat ook zij met hun tijd meemoeten. En tot ze dat vervolgens hebben uitgelegd aan degenen die het geld verdelen. En tot die op hun beurt begrepen hebben dat ze dus andere keuzes moeten gaan maken. De vraag is alleen: hoe lang zou dat nog duren?
< blog archief