“En wie wordt nu de nieuwe Rudi van Dantzig?”, vroeg de jonge verslaggever van AT5 aan me, zaterdag, voor de deur van de Mozes en Aaronkerk. Waarschijnlijk had hij die vraag ook al gesteld aan de hele reeks bezoekers van de herdenkingsbijeenkomst voor Rudi die hij inmiddels voor zijn camera had gehaald. De nieuwe Van Dantzig? Ik denk dat iedereen hetzelfde gezegd heeft als ik: dat Rudi zo uniek was dat nooit iemand als een ‘nieuwe Rudi’ zal worden beschouwd. Zoals bij Ajax nooit meer iemand een shirt met rugnummer 14 zal dragen. Dat nummer blijft eeuwig voorbehouden aan de legendarische voetballer Johan Cruyff.

Ach, Cruyff. Vorige week werden de beelden weer eens op TV uitgezonden van een jeugdige Johan Cruyff die een repetitie van Rudi van Dantzig bijwoont. Twee iconen uit volsterkt verschillende werelden ontmoetten elkaar. Dat was toen. Maar Rudi is ons inmiddels ontvallen. En Johan eigenlijk ook, althans, mij wel, maar dan op een andere manier.

De verslaggever drong nog even aan: “Is er dan op dit moment niemand op weg om toch een soort Rudi te worden?” Maar nee. Ik had hem niets te bieden. Als hij me trouwens gevraagd had naar de nieuwe Johan dan was ik ook stil gebleven.

Ligt het aan mij of laten alle iconen van weleer ons met een zekere leegte achter?

Hebben bijvoorbeeld de opvolgers van Coen Moulijn, ‘De Kromme’, en Johan C. ons net zo geraakt als hun illustere voorgangers dat zij ook het predikaat ‘legendarisch’ of ‘iconisch’ verdienen? Is de ontroering die de beelden van een stotterende Hennie Kuiper, een huilende Gerry Knetemann of een stug zwijgende Joop Zoetemelk nog steeds bij mij veroorzaken, inmiddels overtroffen door mannen als Breukink, Boogerd of Geesink? Het antwoord luidt ontkennend.

Zo kan ik doorgaan.

Joop Den Uyl, Wim Kok, Wouter Bos. Voelt u ‘m?

Simon Carmiggelt, Boudewijn Büch, Kluun
Johnny Jordaan, André Hazes, Marco Borsato
Wim Sonneveld, Toon Hermans, Hans Teeuwen
Dries van Agt, Ruud Lubbers, Jan-Peter Balkenende.
Mies Bouwman, Sonja Barend, Linda de Mol.
Koningin Juliana, Koningin Beatrix, Koning Willem Alexander.
Citroën DS, Citroën CX, Citroën C5.

Het zijn lijstjes met steeds hetzelfde patroon: ze hebben een gestaag dalende ontroeringscurve.

Word ik oud? Ja, dat kan ik, helaas, niet ontkennen. Maar er moet meer aan de hand zijn – zo oud ben ik nou ook weer niet. En pas op, ik bedoel zeker niet te zeggen dat de nieuwe generaties slechter zijn dan hun voorgangers. Integendeel! Er wordt technischer gevoetbald, sneller gefietst, professioneler bestuurd. Maar de iconen van vandaag de dag raken me op de een of andere manier minder. Ze ontroeren me nauwelijks meer. Hoe strakker, sneller, en professioneler alles gaat, des te vlakker alles kennelijk wordt.

De kans is dan ook groot dat Rudi van Dantzig als artistiek directeur niet meer zou hebben gepast in deze tijd. Johan Cruyff bewijst tegenwoordig dagelijks dat de tijd hem definitief voorbij is gesneld en ontglipt is. Diens credo van ‘georganiseerde chaos’ – in feite een pleidooi voor dezelfde oorspronkelijkheid en creativiteit als waar Rudi in geloofde – past niet meer binnen het moderne voetbalbedrijf. En Johan zelf begrijpt niet meer wat er aan de hand is. Zijn teloorgang is daarom even tragisch als exemplarisch voor wat er in een paar decennia veranderd is. Niet per se slechter, maar wel ingrijpend anders.

Het is een digitale wereld geworden. En digitaal betekent dat alles wordt uitgedrukt in ‘nullen’ en ‘enen’. Ongemerkt zijn het zulke digitale wetmatigheden die regeren. Iets is een ‘nul’ of iets is een ‘een’. Er zit niets meer tussen. Dat heeft een functie: hierdoor kan het digitale systeem voorspelbare en betrouwbare uitkomsten opleveren. Maar de prijs die we daarvoor betalen is dat degenen die vandaag de dag de toon aangeven in de politiek, de sport, de media of de cultuur – de iconen van onze tijd – steeds minder vaak onvoorspelbare, onvergelijkbare of eigenheimerige persoonlijkheden zijn. En dat ze steeds sneller weer worden opgevolgd of ingeruild voor een ander. Want ook dat hoort bij het digitale denken: de snelheid van het licht regeert, niet de snelheid van het gevoel. Wie niet meteen ‘verbinding’ heeft, wordt gedeletet.

Het was een ontroerende bijeenkomst, zaterdagochtend, in de Mozes en Aaronkerk. En waarom? Omdat Rudi van Dantzig niet bij de ‘nullen’ en de ‘enen’ hoorde. Hij was volstrekt en alleen zijn eigen authentieke getal. En daarom heeft hij zoveel betekend en werd hij zo bewonderd, gerespecteerd en geliefd. Als we dus één ding aan hem verplicht zijn, dan is het om de unieke en uitzonderlijke getallen te blijven zoeken. Om ze te herkennen, en te koesteren.

In anderen, maar vooral, in onszelf.

< blog archief

Opties

  • delen