Ik werd laatst gevraagd of ik bij een themabijeenkomst met mensen uit het reclamevak een paar verstandige dingen wilde komen zeggen over het maatschappelijke belang van Kunst en Cultuur. Ik zegde toe, maar moest al snel denken aan al die debatten en gesprekken waar het afgelopen jaar hetzelfde onderwerp aan de orde kwam. Alles was daar al gezegd. Zou ik daar nog wat aan toe kunnen voegen? Ik besloot daarom dat ik mijn bijdrage vooral persoonlijk zou maken: Waarom hecht ik er zelf waarde aan om te werken in de culturele wereld?

En om het antwoord op die vraag te kunnen geven vertelde ik de reclamejongens over Joep. En over die ochtend, zo’n vijf jaar geleden, dat Joep naar het Concertgebouw was gekomen. Samen met zo’n duizend andere kinderen met een verstandelijke handicap. Uit heel Amsterdam waren ze met de bus vertrokken, uit de instellingen en huizen waar ze begeleid woonden, voor een speciaal concert van ‘mijn’ Nederlands Philharmonisch Orkest. Joep was autistisch. En het ging niet goed met hem. Zijn begeleiders maakten zich zorgen, want ze waren Joep aan het verliezen. Steeds verder trok hij zich in zichzelf terug, nauwelijks contact kregen ze meer met hem. En zelfs fysiek werd het isolement zichtbaar want de jongen dook steeds meer ineen. Ineengedoken zat hij ook in de rode stoel in de Grote Zaal van het Concertgebouw, met het hoofd naar beneden. Het orkest speelde stukjes muziek en er werden liedjes gezongen, maar Joep leek er niet bij te zijn. Joep was ergens anders. Toen brak de grote finale brak aan met een spectaculair stukje orkestmuziek. Groot bezet koper, stevig slagwerk. Volle strijkersklank. En ineens, ineens gebeurde er wat met Joep. Joep ontwaakte. Zijn begeleiders geloven hun ogen niet: langzaam richtte hij zich op. Zijn rug rechtte zich. Zijn ogen werden alert. Hij was er weer bij. Hij maakte weer contact met zijn omgeving.

De waakvlam die in Joep was blijven branden, zo klein en zo kwetsbaar, die waakvlam was nooit uitgegaan. Ze had een bepaald type zuurstof nodig om op te flakkeren, om groter te gaan branden. En kennelijk was klassieke muziek die zuurstof.

Het is misschien een naïef beeld, maar ik geloof dat in elk mens vele waakvlammetjes branden. Als je op een zondagmiddag bij een matineevoorstelling van Notenkraker & Muizenkoning al die kinderen observeert, en ziet dat ze al na de eerste maten zelf de behoefte krijgen om te gaan bewegen, om mee te deinen met de muziek, om de dans na te doen, dan zie je een waakvlammetje dat is aangewakkerd.

Kunst en cultuur, zo hield ik de reclamejongens voor, is zuurstof voor een hele hoop positieve waakvlammetjes.

Het waakvlammetje van de harmonie bijvoorbeeld – iets dat samenvloeit met iets anders leidt tot een diep gevoel dat het klopt. Samen beter dan alleen.

Of het waakvlammetje van schoonheid – dat iets niet alleen nuttig kan zijn maar ook mooi – en wat dan mooi is, is voor ieder weer anders. Er is een waakvlammetje dat autonomie, of noem het kleur heet: dat niet alles hetzelfde hoeft te zijn. Of het waakvlammetje van oorspronkelijkheid, of van schepping. Het waakvlammetje van de ontroering……waakvlammetjes, waarvoor de aanraking met kunst en cultuur als zuurstof werkt.

Zo vlammen ze op tot veenbrandjes of grotere vuren die verwarmen, die energie geven. En die positieve krachten op gang brengen. Want hoe meer mensen in onze samenleving begeesterd zijn door het besef dat samen beter is dan alleen, of dat meer kleuren niet eng zijn, des te beter en fijner onze wereld kan worden. Tenminste, dat denk ik. Dat is mijn geloof. En dat probeerde ik aan de reclamejongens over te brengen.

Zijn kunstenaars dan ook betere mensen dan anderen, omdat ze met het goede bezig zijn? Nee. Kunstenaars zijn zelf net mensen. Het menselijk tekort is overal. Misschien dat kunstenaars zich daar bovengemiddeld van bewust zijn, maar betere mensen, dat zijn ze zeker niet. Het gaat er dus ook niet om dat kunst belangrijk is omwille van de kunstenaars, maar omwille van wat ze in anderen teweeg kan brengen, omwille van de positieve waarden waaraan ze appeleert.

Is kunst en cultuur dan de enige ‘sector’ die zulke positieve waakvlammetjes aanwakkert? Nee, zeker niet. De sport bijvoorbeeld, is ook zo’n bron van zuurstof voor allerlei waakvlammetjes: die van het doorzettingsvermogen bijvoorbeeld, van kracht, of van incasseringsvermogen. Ook hele positieve waarden. Laten we dus vooral niet de suggestie wekken, zo stelde ik de reclamejongens gerust, dat kunst en cultuur een primaat hebben op het moreel juiste. Maar wat wel een factor van betekenis is, is dat de waakvlammetjes die zich door cultuur laten ontbranden, misschien wat minder dicht aan de oppervlakte liggen. We moeten er harder aan werken om in de buurt te komen. Maar als je dat doet, dan gebeurt er wat. Dan zul je wat beleven. En dat is mooi en belangrijk werk.

Dit is wat ik vertelde, op die themabijeenkomst met de reclamejongens. Plus nog wat andere dingen, over de economische betekenis van cultuur bijvoorbeeld, en over onderzoeken die aantonen dat kinderen er beter door gaan leren. Maar Joep, die bleek bij de toehoorders toch het meeste tot de verbeelding te spreken. Of de autistische jongen echt Joep heette, weet ik trouwens niet. En ook al is het verhaal van Joep waargebeurd, ik zou ook niet geweten hebben of de ontwaking van Joep stand heeft gehouden of dat hij weer is teruggevallen. Al vind ik dat dat er in wezen niet toe doet, ik was blij dat daar na afloop geen enkele reclamemaker naar vroeg. Kennelijk had mijn betoog dezelfde uitwerking gehad als een goede ‘commercial’: zo overtuigend dat je vergeet kritische vragen te stellen.

< blog archief

Opties

  • delen