In 1939, het jaar dat Sonia Gaskell in Amsterdam aankwam, was Nederland een land zonder ballettraditie. Goede opleidingen voor dansers en gesubsidieerde balletgezelschappen waren er niet en voor dansers was er geen enkel beroepsperspectief. Sonia Gaskell bracht daar met tomeloze inzet verandering in.
het nederlands ballet
Ze slaagde er in dansers op te leiden die zowel het klassiek-romantische als het moderne repertoire aankonden. Ook bood ze ruimte aan jonge choreografen. Ze opende een balletschool, richtte verscheidene balletgezelschappen op en was de stuwende kracht achter vele vernieuwingen. In 1954 werd zij artistiek leider van het eerste gesubsidieerde nationale balletgezelschap, het Nederlands Ballet, dat in 1961 opging in Het Nationale Ballet.
Al bij haar Nederlands Ballet, de Haagse voorloper van Het Nationale Ballet, introduceerde ze midden jaren vijftig balletten uit de periode van de legendarische Ballets Russes, waaronder Petroesjka en De Vuurvogel van Michel Fokine [1880-1942] en Les Présages van Léonide Massine [1895-1979].
het nationale ballet
Bij Het Nationale Ballet zette ze deze lijn van neoklassieke werken voort. George Balanchine [1904-1983] werd door Gaskell al in een vroeg stadium herkend als een belangrijk balletvernieuwer. Het Nationale Ballet had al in de jaren zestig tien balletten van deze Russisch-Amerikaanse choreograaf op het repertoire staan. Het liep daarmee vooruit op de algemene waardering van zijn werk, die in Europa pas halverwege de jaren zeventig op gang kwam.
Zij wist dit gezelschap, samen met dansers als Olga de Haas en choreografen als Rudi van Dantzig, een internationale naam te bezorgen. Toen zij in 1969 afscheid nam als artistiek leider van Het Nationale Ballet, behoorde het gezelschap tot de internationale top.
Als eerste klassieke balletgezelschap bracht Het Nationale Ballet in 1965 De Groene Tafel van Kurt Jooss, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Duitse moderne dansexpressionisme. Gaskell liet Nederland ook kennismaken met de moderne dansstijl van Martha Graham. Ze nodigde Pearl Lang, een invloedrijke leerling van Graham, uit om haar choreografie Shirah bij Het Nationale Ballet in te studeren. Van meet af aan stimuleerde zij ook jong choreografisch talent. Rudi van Dantzig maakte onder haar leiding zijn eerste werken en creëerde in 1967 Romeo en Julia, het eerste Nederlandse avondvullende ballet; een nieuwe mijlpaal voor het jonge gezelschap. In 1969 volgde Van Dantzig [1933] Gaskell op als artistiek leider.
'mevrouw'
Sonia Gaskell was een expressieve vrouw met een sterk karakter en had behalve vrienden en volgelingen ook veel vijanden en tegenstanders. Niettemin waren vriend én vijand het er over eens dat Gaskell zich heeft ontwikkeld tot de stuwende kracht achter de emancipatie van de dans in Nederland. Haar onuitputtelijke energie en vechtlust werden gewaardeerd en werkten vaak aanstekelijk.
Zonder haar zou de danswereld in Nederland er anders uit hebben gezien. Ze had een zwaar leven met vele omzwervingen en heeft alles van de grond af opgebouwd. Dat maakte haar tot een markante vrouw die hoge eisen stelde aan zichzelf en aan anderen, regelmatig met hoopoplopende ruzies als gevolg. In de jaren vijftig werd ze zelfs middelpunt van de zogenaamde 'balletoorlog'. Voor de dans ontzegde ze zich veel, soms alles.
Ze was een opvallende verschijning en ging altijd goed gekleed. Door haar dansers werd ze nooit met haar voornaam aangesproken, maar altijd met ‘madame’ of ‘mevrouw’. Hoewel ze op haar werk beslissingen nam over grote bedragen, leefde ze zelf een uiterst sober leven.
biografie
Als kind van joods-Russische ouders, geboren in Litouwen, leert Sonia Gaskell al vroeg dat je moet vechten voor je bestaan. Haar jeugd in een welgesteld, intellectueel milieu met vier zusjes is gelukkig, maar het anti-semitisme is buiten de voordeur overal voelbaar. De Russische Revolutie van 1917 brengt niet de gehoopte verandering, in tegendeel, intellectuelen, en dan vooral joden, zijn doelwit van discriminatie en geweld. Na de Oktoberrevolutie werd Sonia fervent socialiste en zioniste. Met een groep zielsverwanten onderneemt ze een risicovolle vluchtpoging naar Palestina, waar ze twee jaar in een kibboets werkt en haar eerste man, Abraham Solomon Goldenson, leert kennen. Het bestaan in de kibboets is hard en lichamelijk zwaar: er werd vooral gewerkt aan het droogleggen van door malaria geteisterde moerassen.
Wanneer haar man besluit zijn wiskundestudie in Parijs voort te zetten, gaat Sonia maar al te graag met hem mee. Daar wordt ze gegrepen door de dans. Om geld te verdienen treedt ze op in nachtclubs en cabarets, daarnaast neemt ze balletlessen bij grootheden als Ljoebov Egorova, een voormalig danseres van het Marijinski Ballet, en Léo Staats, balletmeester bij de Parijse Opéra. Ze werd opgenomen in de kring van kunstenaars en choreografen rondom het Ballet Russes. Ze werkt hard, keihard, scheidt van haar man, eist misschien te veel van zichzelf, wordt ziek en realiseert zich tijdens het jaar dat ze in een sanatorium verblijft dat haar kracht niet ligt in het zelf dansen, maar in het opleiden van dansers.
amsterdam
Na haar herstel begint ze een balletstudio aan de Champs-Elysées. Ze bouwt voorzichtig een naam op en vindt veel voldoening in haar werk. Wanneer ze verliefd wordt op de Hollander Philipp Heinrich Bauchhenss, besluit ze uiteindelijk, met lichte tegenzin, Parijs in te ruilen voor Amsterdam. Ze begint er haar eigen dansstudio, doorstaat de Tweede Wereldoorlog en verwerft steeds meer faam.
Gaskell geeft les in de Zomerdijkstraat 26, in dezelfde traditionele Frans-Russische stijl als die waarin ze zelf geschoold was als ballerina, alles volgens haar eigen motto: 'Creativiteit in een mens te ontwikkelen, dat is het grootste doel, dat wij ons kunnen stellen'. Haar werkwijze is hard, haar manier van leiding geven autoritair. Van haar leerlingen eist ze een zelfde totale overgave aan de dans, zoals zij die zelf kent. Vechtlust staat hoog in haar vaandel en haar expressiviteit en sterke karakter roepen tegengestelde reacties op.
Voor de betekenis van de danskunst in Nederland is zij onmisbaar geweest. Het begon met de opening van een eigen balletschool aan de Zomerdijkstraat in Amsterdam, gevolgd door de oprichting van verscheidene balletgezelschappen. Ze was de stuwende kracht achter vele vernieuwingen, die soms ontstonden als tegenreactie op haar eigen ideeën en gedrag. In 1954 werd zij artistiek leider van het eerste gesubsidieerde nationale balletgezelschap, het Nederlands Ballet, dat in 1961 opging in Het Nationale Ballet. Zij wist dit gezelschap, samen met dansers als Olga de Haas en choreografen als Rudi van Dantzig, een internationale naam te bezorgen. Toen ze in 1969 afscheid nam als artistiek leider van Het Nationale Ballet, behoorde het gezelschap tot de internationale top.
< geschiedenis
> www.eenlevenlangtheater.nl
> biografie op historici.nl
