eerste bedrijf

In een klein badkamertje in een Amsterdams grachtenhuis worden Clara Staalboom en haar broertje Frits gewassen en aangekleed voor het sinterklaasfeest, terwijl hun oudere zus Louise opgewonden bezig is haar toilet te maken en voortdurend binnenrent.

Buiten sneeuwt het. Op de bevroren gracht schaatsen nog wat mensen, terwijl de gasten van de familie Staalboom een voor een arriveren. De laatsten die aankomen zijn de oude, excentrieke heer Drosselmeijer, tegen wie de kinderen ‘oom’ zeggen, en zijn jeugdige neef, een adelborst bij de marine. Drosselmeijer amuseert de kinderen met zijn toverkunsten. Zo zet hij de tijd even stil; pas wanneer hij in zijn handen klapt, komt iedereen weer tot leven en kan het feest echt beginnen. Sinterklaas en Zwarte Piet doen het huis van de familie Staalboom aan en delen cadeaus uit.

Na hun vertrek haalt Drosselmeijer een toverlantaarn tevoorschijn. De lantaarnplaatjes vertellen het verhaal van een jonge prinses die het huwelijksaanzoek van de Muizenkoning afwijst omdat ze haar hart heeft geschonken aan een knappe prins. De jaloerse Muizenkoning vecht met de prins en tovert hem om in een notenkrakerpop. In haar fantasie vereenzelvigt Clara de betoverde prins met de neef van Drosselmeijer, op wie zij een oogje heeft. Drosselmeijer geeft haar de Notenkraker en van blijdschap danst ze voor de pop, maar Frits gooit roet in het eten: hij breekt de kop van de pop. Drosselmeijer bestraft hem en repareert de pop. Dan is het bedtijd voor de kinderen. Clara sluipt nog even naar de salon om de neef van Drosselmeijer een haarlint als aandenken te geven.

In Clara’s droom verschijnt de Muizenkoning aan haar bed. Hij dreigt de Notenkraker op te eten. Clara rent naar de salon om de Notenkraker te redden. Als ze om de hoek van de deur kijkt, slaat de klok twaalf en begint de kamer te veranderen: de muren wijken, de zoldering wordt hoger, vreemde wortels groeien naar binnen. Ook de piano en kast worden almaar groter en griezelige muizen kruipen uit alle hoeken en gaten. Uit de kast, die nu in een fort is veranderd, komt de Notenkraker tevoorschijn. Ratten komen de muizen te hulp en samen binden zij de strijd aan met de Notenkraker, die wordt bijgestaan door een leger speelgoedsoldaatjes onder leiding van Frits. Tijdens een duel met de Muizenkoning raakt de Notenkraker gewond. Frits en zijn soldaten worden afgevoerd en Clara en de Notenkraker blijven geketend achter. Nadat ze zich hebben weten te bevrijden, verzorgt Clara de wonden van de Notenkraker, die daarop verandert in een prins. De prins leidt Clara naar een besneeuwd sparrenwoud, maar ook daar worden ze achtervolgd door de Muizenkoning en zijn gevolg. Juist wanneer Clara en de – wederom betoverde – Notenkraker ten einde raad zijn, verschijnt Drosselmeijer, die hen meevoert in de toverlantaarn.

tweede bedrijf

Drosselmeijer, Clara en de Notenkraker komen aan in het binnenste van de toverlantaarn. Dit is Drosselmeijers rijk. Hij stelt zijn mecaniciens voor, die de lantaarn onderhouden. Plotseling blijkt dat ook de Muizenkoning en zijn ratten in de lantaarn zijn binnengedrongen. Drosselmeijer maakt hen bang met een mechanische kattenpoot en een kattenoog dat door de lens naar binnen loert, en de Notenkraker slaagt erin de Muizenkoning in een gevecht te doden. Alle ratten verdwijnen en de betovering is verbroken: de Notenkraker is voor eens en altijd weer een prins.

De toverlantaarn draait door en voert Clara en de prins naar exotische landen, waar Clara, in achtereenvolgens een Arabische, Griekse en Russische dans, haar broertje Frits, haar zus Louise en haar ouders terugziet. Na een pas de deux van Clara met de prins, begint de machinerie van de toverlantaarn dol te draaien; steeds sneller en koortsachtiger. Donkere wolken verschijnen, Clara wordt hoog opgetild, valt ... en wordt wakker. Ze springt uit bed en rent naar de voordeur. Langs de gracht ziet ze nog net hoe Drosselmeijer en zijn neef haar groeten, alvorens ze verdwijnen in de nacht.

Opties

  • delen