Het Nationale Ballet

Naar navigatie

Don Quichot

Introductie

Een exclusief voor het gezelschap vervaardigde interpretatie van de Russische topchoreograaf Alexei Ratmansky.

programma

Het Nationale Ballet opent het seizoen met een serie voorstellingen van de avondvullende productie die het gezelschap in februari 2010 heeft uitgebracht en die tot het succesrepertoire behoort van prestigieuze gezelschappen als het Bolsjoi Ballet en American Ballet Theatre.

Don Quichot is een klassiek meesterwerk en een oogverblindend vertoon van levenslust, virtuositeit en Spaans temperament. De spetterende sprongencombinaties, duizelingwekkende pirouetten en kittige spitzenvariaties die vast onderdeel van de productie zijn, geven de uitvoerenden alle gelegenheid hun technische kwaliteiten te etaleren. Tegelijkertijd doet het komische, aan Cervantes’ meesterwerk ontleende verhaal een sterk beroep op de acteertalenten van de dansers.

Het is voor het eerst dat een volledige Don Quichot in Nederland is uitgebracht. Choreograaf Alexei Ratmansky putte daarbij inspiratie uit het libretto van de eerste Don Quichot-versie van Marius Petipa, uit 1869. Daarnaast heeft de voormalig artistiek directeur van het Bolsjoi Ballet eigen elementen en nieuwe choreografieën aan het ballet toegevoegd. De naar de tijd van Cervantes verwijzende vormgeving van de productie is van de beroemde Franse ontwerper Jérôme Kaplan.

‘Don Quichot is een hit’ – De Telegraaf (2010)

‘As bright a hope as any today to bring new choreographic life to ballet’ – New York Times over Alexei Ratmansky

Credits

Orkest Holland Symfonia

Solisten

(onder voorbehoud)

Recensies

De Telegraaf:
Muziektheater juicht

• Anna Tsygankova en Matthew Golding vormen een droompaar in Don Quichot

Het Nationale Ballet heeft Don Quichot weer van stal gehaald, de grootste hit van het afgelopen seizoen. Het is elke keer weer een belevenis mee te maken hoe het Muziektheater langzaam maar zeker in lichterlaaie wordt gezet door de spectaculaire dans. De nieuwe reeks biedt de gelegenheid kersverse eerste solisten te bewonderen en oude gezichten terug te zien.

De productie die Alexei Ratmansky speciaal voor het gezelschap heeft gemaakt, is wel de beste versie van dit klassiek-romantische ballet. De Russische choreograaf is trouw aan de traditie, integreert de dans met het verhaal en bouwt de drie aktes zeldzaam slim en knap op. Het publiek verblijft bijna drie uur in pseudo-Spaanse sferen, mede dankzij de fraaie decors en kostuums van Jerôme Kaplan.

Op de première dansten opnieuw Anna Tsygankova en Matthew Golding de hoofdrollen van Kitri en Basilio. Ze vormen samen een droompaar, zij prachtig lyrisch en expressief, hij jongensachtig uitbundig en meeslepend. Het vonkt tussen de twee en zo springen de vonken ook over en weer tussen toneel en zaal.

Kleine meisjes
Bij de tweede voorstelling op zondagmiddag zat het Muziektheater bijna voor de helft vol met kinderen. Veel kleine meisjes op hun paasbest gekleed, ondeugende kereltjes die in de pauze de foyer onveilig maken, maar tegen het einde in dromenland vertoeven en na afloop door hun vaders zowat in horizontale positie uit de zaal gedragen moeten worden. Neem uw kinderen mee naar Don Quichot, ze hebben gegarandeerd een dolle middag.

Op deze matinee vertolkte Jurgita Dronina de rol van Kitri. Deze 24-jarige danseres was al eens te gast, maar is nu tot het gezelschap toegetreden. Een aanwinst vanjewelste! Zij heeft niet de lyriek van Tsygankova, is kleiner en nog dunner, in de uitstraling eerder een meisje dan een volwassen vrouw. Licht als een veertje en strak als een speer gaat ze over het toneel, buitengewoon virtuoos onder meer in de fouettés, waarvan ze er enkele dubbel en zelfs driedubbel draait. Cédric Ygnace is haar partner, als vanouds oermuzikaal en charmant.

Van de oudere garde maken Igone de Jongh en Marisa Lopez na hun zwangerschap een mooie rentree als koningin van de dryaden. Moises Martin is de beste Espada tot nu toe en in de overige rollen vallen Seh Yun Kim en Maiko Tsutsumi op, om slechts enkele van de fantastische dansers te noemen. Het hele ensemble knettert de zaal in. Daarbij spelen Peter de Jong en Karel de Rooij, alias het duo Mini & Maxi, de rollen van Don Quichot en Sancho Panza geestig zonder te chargeren.

De bezetting van de solorollen (en daarmee wellicht het niveau) varieert in de komende voorstellingen, maar een vast onderdeel vormt Holland Symfonia, dat onder leiding van Kevin Rhodes een belangrijk aandeel heeft in het overweldigende enthousiasme van het publiek.
(Eddie Vetter?, 14 september 2010)

De Telegraaf:
Don Quichot van Het Nationale Ballet is een hit

 Het is telkens weer een mijlpaal als Het Nationale Ballet een avondvullend klassiek-romantisch werk aan het repertoire toevoegt. Voor Don Quichot heeft het gezelschap zowaar Alexei Ratmansky aan zich weten te binden, voorheen artistiek leider van het Bolsjoi Ballet en tegenwoordig een gevierd choreograaf. Bij de première in Het Muziektheater joelde het publiek van enthousiasme. Het ziet ernaar uit dat Amsterdam een ware hit rijker is.

In gangbare versies zijn Don Quichot en diens knecht Sancho Panza bijna gedegradeerd tot figuranten, maar Ratmansky heeft zich meer laten leiden door het oorspronkelijke libretto van Petipa's choreografie uit 1869. Zo wordt de lichtvoetige liefdesgeschiedenis (slechts een episode in Cervantes' roman) omlijst door een duidelijk verhaal: de dromen en fantasieën van de excentrieke Don die ten strijde trekt tegen het onrecht in de wereld. Hij en zijn knecht krijgen hier treffend en geestig gestalte in de personen van Peter de Jong en Karel de Rooy, beter bekend als het duo Mini & Maxi.

Ratmansky is met veel respect voor de traditie te werk gegaan. De overgeleverde stukken van Petipa en Gorski heeft hij verrijkt met eigen bijdragen. Meer dan anders is er een evenwicht tussen pantomime en dans, terwijl de choreografie uitblinkt in een weldadig gevarieerd gebruik van de klassieke techniek en een grote mate van inventiviteit, afgezien van enkele botte overgangen tussen de scènes. In de decors en kostuums van Jérôme Kaplan ligt het accent te midden van al die wapperende stierenvechters uiteraard op de Spaanse 'couleur locale' met onder meer een fraai panorama van Barcelona.

Don Quichot is vooral een buitengewoon onderhoudende show, een etalage van opwindende en warmbloedige dans. In technisch opzicht zijn de dansers niet zo spectaculair als hun collega's van het Mariinsky Ballet de afgelopen zomer in Carré, maar er valt meer dan genoeg te genieten. Anna Tsygankova is een hartveroverende Kitri die in de loop van bijna drie uur steeds virtuozer opbloeit en in de finale van de grote pas de deux oogverblindend vuurwerk ontketent. Matthew Golding (Basilio) ontpopt zich als een ware aanwinst voor het gezelschap. Hij heeft branie en lef, is spectaculair in zijn draaien en bovendien een innemende partner.

De top van Het Nationale Ballet is niet breed genoeg om de overige veeleisende solorollen allemaal ideaal te bezetten, maar onder meer Maia Makhateli (Cupido) en Seh Yun Kim (Juanita) laten mooie dingen zien, terwijl Kitri's vader en de even rijke als klunzige huwelijkskandidaat Gamache werkelijk oergeestig worden vertolkt door Altin Kaftira en Dario Mealli. Daarbij vertoont het hele gezelschap een aanstekelijk dansplezier.

De algemeen zwaar onderschatte maar bijzonder effectieve muziek van Minkus en anderen wordt met veel aplomb en soms een beetje slordig gespeeld door Holland Symfonia onder leiding van de met grote gebaren dirigerende Kevin Rhodes. De musici dragen zo het nodige bij aan de enthousiaste sfeer in de zaal en op het toneel.
(Eddie Vetter, 15 februari 2010)

De Volkskrant:
Clownerie misstaat in virtuoze komedie

Karel de Rooij en Peter de Jong zijn grootmeesters in de slapstick van het kleine gebaar, maar tussen de balletdansers op het podium van Het Muziektheater komt hun bijdrage potsierlijk over.

De voorstelling is er lolliger van geworden. Maar het is de lol van gesol met een kaalgeplukte kip van rubber. Met de introductie van Mini & Maxi in het klassieke ballet - het duo speelt de titelrollen in de groots gemonteerde dansproductie Don Quichot van Het Nationale Ballet - blijkt hoezeer woordeloze dans verschilt van karakterdans.

Karel de Rooij en Peter de Jong zijn grootmeesters in de slapstick van het kleine gebaar, van mimische herhaling en muzikale hilariteit. Maar hier, op het grote podium van Het Muziektheater, tussen al die kleurige kostuums en virtuoze balletdansers, komt hun bijdrage potsierlijk over. Vooral de Don Quichot van Peter de Rooij (62) is bijna te stram en te lomp om tegenaan te kijken.

Natuurlijk, de beroemde dwaze held die zich verliest in ridderromans en onhandig ten strijde trekt in fata morgana's, mag van dromerigheid de plank misslaan. Maar De Jongs Don Quichot stroomt over van megalomanie, zo grotesk beent hij met reuzenstappen tussen de ballerina's. Zijn lelijk zwart geschminkte ogen en rare ridderbroek met flodderbillen doen hem geen goed. De enige krachtige scène - Don's nachtmerrie waarin hij het opneemt tegen dansende cactussen en duivelse vogels - wordt helaas weer snel aan het oog onttrokken.

De kleine De Rooij (63) sluit met zijn rappe fratsen als Sancho Panza nog redelijk aan bij het feestvierende corps de ballet. Als gappende schildknaap duikt hij her en der op, neuzend naar etenswaar. Maar zijn gehannes met de rubberen kip oogt toch als een opgewarmde mop. Het mooist zijn de doorkijkjes, wanneer de dolende ridder met lans en knecht op speelgoedpaard en dito ezel in de verte naderbij komt.

Artistiek leider Ted Brandsen dacht met het beroemde kleinkunstduo de acteerprestaties van de titelrollen te vergroten. Eerder lieten De Rooij en De Jong in het theater zien een klassiek toneelstuk als Wachten op Godot van een bijzondere existentiële laag te kunnen voorzien, door hun ervaring in timing en mimiek. Maar van acteren is nauwelijks sprake in de wijze waarop choreograaf Marius Petipa 140 jaar geleden deze Don Quichot in ballet vormgaf. Een inhoudelijke visie op de titelfiguur ontbreekt. Ook in de latere versies van Alexander Gorsky blijft deze robuuste komedie bedoeld om jonge klassieke dansers in lichtvoetig entertainment te laten schitteren. En de internationaal vermaarde choreograaf Alexei Ratmansky, de voormalig leider van het Bolshoi Ballet die deze Don Quichot nu bij Het Nationale Ballet heeft gezet, houdt zich aan die traditie. Hij weet hoe hij klassieke dansers moet laten schitteren. Alle bekende dansvariaties uit de schoolboeken van de ballethistorie passeren de revue, in solo's, pas de deux en divertissements.

Eerste soloïste Anna Tsygankova (27) en tweede solist Matthew Golding (24) stelen de show als het centrale liefdespaar Kitri en Basilio, dat heimelijk verliefd op de vlucht is voor een gedwongen huwelijk, geholpen door Don Quichot en Sancho Panza. De Russische Tsygankova koppelt een fabuleuze techniek aan een extroverte uitstraling. Golding is gretig en gepassioneerd in zijn partnerwerk zonder zijn virtuoze techniek te verslappen. Hij weet zijn pirouettes ongemerkt te versnellen, door een voet langs het standbeen te laten zakken.

Meer dansers vallen op door guitig, gretig en gul over het podium te vliegen: Maia Makhateli als liefdesengel Cupido en Seh Yun Kim en Viktoriya Ananyan als Kitri's vriendinnen Juanita en Piccilia.

Ook het Holland Symfonia voelt zich onder leiding van Kevin Rhodes thuis in alle lyrische variaties (polka, wals en Spaanse dans) van de dienstbare sfeermuziek van Ludwig Minkus. Had Het Nationale Ballet de oud-dansers Francis Sinceretti en Gérard Lemaître gevraagd voor de titelrollen, dan was deze 2 miljoen kostende dansproductie compleet geweest.
(Annette Embrechts, 15 februari 2010)

Noordhollands Dagblad:
Het Nationale Ballet in Don Quichot op zijn best

Het Nationale Ballet op zijn best. Dat is wat de toeschouwer in Don Quichot te zien krijgt. De nieuwe aanwinst op het repertoire is er een vol spektakel, humor en bovendien verfrissend. Alle lof voor Alexei Ratmansky die een eigentijdse versie van het ballet heeft gemaakt, dat in 1869 voor het eerst werd uitgevoerd door het Bolsjoi Ballet in een choreografie van Marius Petipa.

De balletklassieker op muziek van Ludwig Minkus doet eindelijk zijn naam eer aan. In de vele uitvoeringen die er bestaan is Don Quichot namelijk niets meer dan een figurant en raakt het eigenlijke verhaal van schrijver Cervantes ondergesneeuwd door het liefdesverhaal van Kitri en Basilio. Ratmansky is erin geslaagd het ballet meer inhoud te geven door de rollen van Don Quichot en zijn knecht Sancho Panza meer uitgesproken te verweven met het liefdesverhaal. Dat voor deze rollen Karel de Rooij en Peter de Jong - beter bekend als het duo Mini en Maxi - zijn aangetrokken is een hele goede zet geweest. Het duo brengt theater in de voorstelling en lijkt de dansers meer uit te dagen tot spel.

De Jong brengt de beroemde romanpersonage Don Quichot schitterend tot leven en zijn houterigheid siert hem. De Jong en De Rooij, in de rol van Sancho Panza, brengen volop humor en kleur in de voorstelling, waardoor het ballet als geheel meer cachet krijgt. Dat het hier in oorsprong om een flinterdun liefdesverhaaltje gaat, doet er niet eens meer toe. Dat is niet alleen de verdienste van De Jong en De Rooij, maar zeker ook van de dansers.

Don Quichot is een ballet waarin zij kunnen laten zien wat ze in huis hebben en is technisch veeleisend. Maar die opdracht is zaterdag aan Anna Tsygankova (Kitri), die in elke productie van Het Nationale Ballet blijft verbazen, wel besteed. Ditmaal vindt ze haar gelijke in Matthew Golding (Basilio). Deze nieuwe ster aan het firmament van het gezelschap is een fenomenaal danser. De manier waarop hij zowel zijn draaien als zijn sprongen uitvoert, is een lust voor het oog. Tel daar zijn overdonderende uitstraling bij op en je hebt een nieuwe publiekslieveling. De chemie tussen Golding en Tsygankova is er ook een vol passie en romantiek en oogt alsof er meer is tussen de twee. Die chemie is er in mindere mate tussen Ji-Young Kim en Tamás Nagy die op zondag in de huid kruipen van Kitri en Basilio. Beide zijn ijzersterke dansers die iedere stap tot in perfectie uitvoeren, maar de romance tussen de twee mag overtuigender worden neergezet. En dan is er nog Dario Mealli, die karakter geeft aan de rol van Gamache. In het acteerwerk voelt Mealli zich blijkbaar goed thuis, want hij vervult de rol van de nichterig ogende verloofde van Kitri met verve. Je zou bijna vergeten dat hij ook nog danser is.

Don Quichot leek door ’Mini en Maxi’ aan de productie te verbinden al bij voorbaat een publiekstrekker. Die voorspelling wordt waargemaakt. Het is entertainment van hoog niveau, waarin alles op de juiste plek valt. De choreografie, de uitvoering ervan en het enthousiasme van het gezelschap maken van deze productie een feest. Maar het zijn ook de decors en kostuums van Jérôme Kaplan die tot de verbeelding spreken en van Don Quichot een ballet maken waar nog lang over nagepraat zal worden. Gelukkig komt Het Nationale Ballet al in september met de reprise.
(Nanska van de Laar, 15 februari 2010)

Nrc Handelsblad:
Duo Mini en Maxi sterren in levendige ‘Don Q’'
„Wat een heerlijk ongecompliceerd ballet!”, riep een dame na het zien van Don Quichot door Het Nationale Ballet, en daarmee sloeg zij de spijker op de kop. Althans voor wat het verhaal betreft, want de nieuwe enscenering van Alexei Ratmansky is tot in het kleinste detail doordacht, gedoseerd en geregisseerd. Het resultaat is een levendige balletkomedie in Spaanse sferen, compleet met castagnetten, tamboerijnen en waaiers.

De voorstelling begint met een lange mimescène. Dankzij de evenwichtige regie van Ratmansky en het talent van Peter de Jong en Karel de Rooij (Mini en Maxi) is elke scepsis al voor het einde van de proloog overwonnen. Met pluizige grijze manen is De Jong meteen geloofwaardig als een door romantische wanen beheerste Don, terwijl De Rooij met uitgekiende timing een gewiekste, eeuwig hongerige Sancho Panza neerzet.

In Barcelona raakt het vreemde paar verstrikt in de perikelen rondom herbergiersdochter Kitri, die is uitgehuwelijkt aan de rijke ijdeltuit Gamache, maar verliefd is op de arme barbier Basilio. Gamache lijkt uit een schilderij van Velasquez weggelopen. Het is een kleurrijk schouwspel, met veel quasi-Spaans dansvertier.

Het ballet heeft drie danseressen voor de hoofdrol. Bij de première overtuigde Anna Tsygankova met haar krachtige sprongtechniek en zelfverzekerde variaties als een sprankelende, aardse Kitri, terwijl de technisch verfijnde, ingetogener Larissa Lezhnina deze heldin juist door haar acteerwerk portretteerde. Lezhnina komt danstechnisch het best tot haar recht in de droomscène. Ji-Young Kim is geen typische Kitri, maar zij zet haar piekfijn verzorgd neer.

De vaak zwakke bezetting voor de bijrollen is het gevolg van een verontrustend smal solistenbestand en van ongelukkige casting. Uitzonderingen zijn Maia Makhateli als vederlichte, haarscherpe Cupido, Dario Mealli als hersenloze Gamache en Maiko Tsutsumi. De Jong en De Rooij zijn echter de grote troef. Hopelijk zullen zij nog lang op hun neprijdieren optrekken met Het Nationale Ballet.
(Francine van der Wiel, 22 februari 2010)

Frankfurter Allgemeine:
'Amsterdamer ballett-sternstunde: wir sind alle Don Quichotte'

 Was als seltsamer Einfall der Ballettgeschichte des achtzehnten Jahrhunderts anmuten mag – ein Titelheld, der nicht tanzen kann –, hat sich als eines der erfolgreichsten Werke erwiesen: „Don Quichotte“, nach Motiven des Romans von Miguel Cervantes, zählt spätestens seit Jean-Georges Noverres Version von 1768 zu den Klassikern der Tanzkunst.

Worin das Geheimnis dieses Erfolgs liegt, arbeitet eine funkelnd neue Fassung heraus, die der ehemalige Direktor des Bolschoi-Balletts und seit einem Jahr Hauschoreograph des American Ballet Theatre, der einundvierzigjährige Alexei Ratmansky, jetzt mit dem niederländischen „Het Nationale Ballet“ im Amsterdamer Muziekteater uraufgeführt hat. Das Ballett verstärkt die Logik des Romans. Dieser erzielt seine komödiantische Wirkung durch das Auseinanderfallen von Don Quichottes Wahrnehmung der Wirklichkeit und der Realität aller anderen handelnden Figuren.

Wenn sich nun aber alle in der Sprache des Tanzes ausdrücken, nur der Ritter von der traurigen Gestalt und sein kleiner dicker Knappe umherstolpern, ist der Boden aller komischen Missverständnisse – und auch der tragischen Einsamkeit des Helden am Ende – schon bereitet. Der mit dem Kopf in den Ritterromanwolken steckende Leser als Titelheld steht mit zwei linken Füßen auf der Erde, während um ihn herum ständig noch gesteigerte Schwierigkeiten des klassischen Tanzens präsentiert werden.

Durch stetiges Steigern baut sich Spannung auf. Alles fliegt, springt, dreht, battiert, schwirrt durch glissade assemblé und pas de basque, grand jeté und entrelassé, dass dem Publikum schwindlig wird. Das Thema dieses Balletts ist seit Marius Petipas bahnbrechender Fassung von 1869 sein ins absolut Virtuose gesteigerter Umgang mit dem klassischen Schrittmaterial sowie mit einer Dramaturgie, die auf dem Prinzip der Steigerung basiert: von der einzelnen Variation über die Szene bis zum übergreifenden Bogen über drei Akte hinweg.

Zum Thema:
* Pech für Schneewittchen: Die Oma hasst Märchen
* Der Tanz ist wieder sexy

Wie hier Spannung aufgebaut wird durch vorauspreschende Temposteigerungen, retardierende Momente, den Wechsel von spanischem Charaktertanz auf Absatzschuhen und Spitzentanz, das zeugt von einer sehr genauen Vorstellung des angestrebten Gesamteindrucks. Alles läuft entsprechend Petipas grandioser Dramaturgie auf den Höhepunkt des Stücks zu, den grand pas de deux des nach vielen bestandenen Abenteuern und überwundenen Hindernissen glücklich vereinten Paares Kitri und Basilio. Wenn das Thema der Virtuosität auf mehreren Ebenen augenfällig wird, so haben in reizvollem Kontrast dazu in Don Quichotte alle Nichttänzer im Publikum einen Stellvertreter auf der Bühne: Hier sehen sie ihr regungsloses Staunen blechern gerüstete Gestalt annehmen.

Besonders deutlich wird das in dem vielleicht bezauberndsten, dem zweiten Akt von Ratmanskys Inszenierung. Da träumt der Ritter sich wieder einmal fort aus der Wirklichkeit. Und während ihn zunächst mannshohe laufende Kakteen umzingeln, die zu Schlimmerem mutieren: zu Monstern wie von Hieronymus Bosch, so wandelt sich sein Erschrecken kurz darauf in elysische Entrückung, wenn Nymphen und Cherubine in griechischen Tuniken und kurzen Tutus zwischen hochstengligen Kelchblüten und flirrenden Gräsern erscheinen. Jerome Kaplans sensationell schöne Ausstattung verbindet hier eine fast virtuell moderne Anmutung mit dem traditionellen Habit der an die Elfen alter englischer Kinderbücher erinnernden Cherubine.

Ein so leidenschaftlicher wie sahniger Klangreichtum

Der größte Vorzug von Ratmanskys Version – vor ihrer tänzerischen und visuellen Schönheit, vor ihrer exzellenten Besetzung sogar – ist, dass hier die erzählerische Seite nirgends Ungereimtheiten, Lücken oder Idiosynkrasien aufweist. Jede Szene schließt verständlich an die andere an, jeder Tanz ist dramaturgisch begründet. So ergibt alles einen Sinn, denn das Stück befindet sich – eine Schwierigkeit bei Inszenierungen von „Don Quichotte“ – in einer sehr gelungenen Balance zwischen Erzählung und reinem Tanz. Ratmanskys Erarbeitung wurde nicht zuletzt deshalb mit so großer Spannung erwartet, weil man hoffte, er sei womöglich in der Bibliothek in Harvard unter Sergejews berühmten Kisten mit Notationen der großen Petipa-Ballette fündig geworden. Doch offenbar existieren weder von der originalen Petipa-Fassung noch von Alexander Gorskis zwei legendären Überarbeitungen aus der Zeit der Jahrhundertwende irgendwelche Aufzeichnungen. Deshalb ist es auch legitim, die Musik von Ludwig Minkus um andere Ballettkompositionen zu ergänzen – zumal Kevin Rhodes mit der „Holland Symfonia“ einen so leidenschaftlichen wie sahnigen Klangreichtum erzeugt.

Ratmansky gibt zu, dass genaue Zuschreibungen sowohl in der Mariinsky-Aufführungspraxis als auch in jener des Bolschoi-Balletts kaum möglich sind. Wenn sich der Choreograph also ganz auf seine Kenntnis verschiedener Inszenierungen und ihrer jeweiligen Vorzüge, auf sein Gefühl für Stil und die besonderen Fähigkeiten der in Amsterdam auftretenden Tänzer verlassen hat, so steht er damit ganz in der Tradition einer jahrhundertealten Ballettpraxis. In „Don Quichotte“ lauern zwei Gefahren: Einerseits darf man den Stoff nicht verachten und sich nur aufs temporeiche Tanzen konzentrieren, andererseits darf das Stück auch nicht in langwierigen, zu umständlichen mimischen Erzählpassagen aus dem Tanzleim gehen. Ratmansky hat große Umsicht darin bewiesen, wie er beide Fallen vermeidet. Dabei helfen ihm als Don Quichotte und Sancho Pansa zwei in den Niederlanden seit den siebziger Jahren berühmte Mimen, die Komödianten Peter de Jong und Karel de Rooy.

Das leichte Unbehagen, das sich während des Prologs in der Bibliothek des spinnerten Alten einstellt und den ganzen, vielleicht eine Spur zu ehrgeizigen, zu seidenglatten, zu prall kolorierten ersten Akt nicht weichen will, entspringt nur einem nicht beweisbaren Verdacht. Es wirkt ein bisschen kalt im strahlend gemalten Barcelona, als glaube auch Ratmansky letztlich nicht an die Macht der Erzählung, sondern sei überzeugt, der Tanz sei hier alles. Es kriecht bei den phantastischen Variationen von Anna Tsygana als Kitri und Matthew Golding als Basilio als kalter Schauer den Rücken hinauf – wenn er sie etwa mehrfach auf einem Arm in die Luft stemmt. Alle Vorbehalte weichen jedoch angesichts der Poesie, die in den folgenden Akten entfaltet wird. Das Spiel der Commedia-dell’Arte-Figuren, bei denen sich Kitri und Basilio vor ihrem Vater und dessen Wunschbräutigam verstecken, erinnert an einen Fellini-Film. Petipas tanzende Kakteen, seine Dryaden, Stierkämpfer, Zigeunerinnen und Seguidilla-Tänzerinnen, sie alle stehen so glänzend da wie lange nicht.
(Wiebke Hüster, 16 februari 2010)online publicatie


Opties

  • delen